People

In gesprek met balletdanser Daniel Robert Silva

Het Braziliaanse talent Daniel Robert Silva (22) timmert fors aan de weg. Sinds vorig jaar is hij opgeklommen tot ‘coryphée’ in het Nationale Ballet, bij welk gezelschap hij sinds 1915 danst. Maar hoewel het hem nu voor de wind lijkt te gaan, is het succes hem niet komen aanwaaien. Het was knokken: de ervaringen van een heftige jeugd (hij groeide op in een sloppenwijk) en vele jaren van hard werken en hardnekkig repeteren hebben Daniel gevormd en gebracht waar hij nu is. We gaan in gesprek met een uiterst getalenteerde jongeman die weet wat hij wil.
Reading time 16 minutes
Balletpak, eigendom Daniel.

‘Ik zou helemaal niks willen veranderen aan m’n verleden als ik de kans zou krijgen.’ Daniel Robert Silva zegt het nadat hij uitgebreid heeft verteld over de filmscriptachtige route die hij heeft afgelegd van zijn jeugd in Brazilië naar het hier en nu in Amsterdam. Hij heeft een flesje mineraalwater in de hand en is gekleed zoals dansers zich graag kleden na een repetitie, in een ruimvallende outfit die vooral lekker moet zitten.

We zitten in een vergaderruimte in het kantoor van het Nationale Ballet in de Amsterdamse Stopera. Hier wordt voelbaar dat er vooral ook een heleboel goed geregeld moet worden om gestalte te geven aan de kunst waarmee dit balletgezelschap wereldwijd naam heeft gemaakt. Artistiek directeur Ted Brandsen heeft een kantoor tegenover de vergaderruimte en kijkt als hij af en toe naar buiten loopt over zijn brilletje heen door de glazen wand van ons hok. Een dag eerder was de première van Cinderella. Hierin neemt Daniel een wisselend aantal rollen op zich, waaronder voor het eerst ook enkele solo’s: een rang hoger alweer dan de status van coryphée die de jonge Braziliaan onlangs verwierf in de hiërarchie van het gezelschap.

Op de foto boven draagt Daniel: Jasje, Louis Vuitton. Balletlaarzen, eigendom Daniel.

Het lijkt me een dunne lijn: dansen is fysieke expressie, maar die expressie speelt zich wel af binnen een kader waarin iedereen op de ander rekent.
‘Als ik een solo dans en ik verpruts het even, los ik dat ter plekke op en dan ben ik prachtig. In een choreografie kan dat niet. Er zijn stappen en tellen en anderen, er is de muziek en de maat daarvan en al die dingen moet je respecteren. Je danst niet lekker voor het plezier ervan, het is werk.’

 

En toch wil het publiek ook het plezier zien.
‘Er zijn niet veel dansers die dat kunnen overbrengen. Veel fantastische dansers – ook al kijk ik met open mond naar hun techniek en kan ik zoveel van hen leren – bewegen mechanisch. Opwinding, plezier en inspiratie voel ik niet, omdat het te perfect is.’ 

Kun jij het? 
‘Ja.’ 

Dat zeg je met zelfvertrouwen. 
‘Omdat ik er mijn hele leven heel hard voor heb gewerkt. De situatie waarin ik ben opgegroeid en mijn huidige leven: het verschil is zo drastisch. Ik heb in grote armoede geleefd en kom nu terecht in situaties waarbij ik me naast de Nederlandse koning en koningin bevind. Ik besef ten diepste wat mijn talent is, en de waarde ervan. De kracht die ik heb als ik het podium op stap kan ik mensen laten voelen omdat ik het zelf honderd procent voel en beheers.’

Op de foto boven draagt Daniel: trui, broek, Louis Vuitton.

1565364698461285 zinio ocnlh17 3141565364698562741 zinio ocnlh17 315
ONVERMOED TALENT

Daniel groeide op in een favela van de Braziliaanse stad Uberlândia, een gevaarlijke buurt. Drugsgeweld, inbraken, veel daklozen. Zijn moeder was alcoholist en stierf toen Daniel acht jaar oud was; zijn vader zat regelmatig in de gevangenis. Er is een achtergrond met seksueel misbruik dat we in het gesprek maar kort aanraken.

‘Dood was nooit ver weg. Als kind woonde ik zo’n drie, vier keer per jaar een begrafenis bij en ik herinner me dat ik op een gegeven moment dacht: deze persoon is nu op een betere plek. Geen gezonde manier van denken voor een kind. M’n vader mishandelde mijn moeder en mijn moeder sloeg mij vaak als ze dronken was, ik denk omdat ze voelde dat ik gay was. Als ik op alles moet ingaan dat me is overkomen, zijn we nog wel even bezig. Maar het ligt achter me. Ik wil geen slachtoffer zijn, ik ben een overlever. Niet om er alleen maar te zíjn: maar om er iets geweldigs van te maken.’

Samen met zijn jongere zusje woonde Daniel bij zijn oma, die lange dagen maakte om in hun onderhoud te kunnen voorzien. Haar enige andere optie was om hen op te geven voor adoptie en dat wilde ze per se niet, vertelt hij. ‘Mijn oma vocht voor ons. Zij was degene die er altijd voor me was. Ze sloeg me en probeerde me naar beste weten en kunnen op te voeden. (Lacht). ’s Ochtends bracht ze ons naar school, ’s middags had ze naschoolse opvang voor ons geregeld. Een soort community-centrum waar allerlei activiteiten werden georganiseerd voor kinderen. Ze wilde voorkomen dat we alleen thuis waren of rondhingen op straat. De kinderen moesten aan alle activiteiten meedoen en toevallig was het zo dat er ook balletles werd gegeven. Ik voelde daar niet per se veel voor. 

Op de foto boven draagt Daniel: truien, H&M.

"Ik vocht vaak. Ik moest wel, om mezelf te beschermen. Alle jongens hadden het op me voorzien omdat ze zeiden dat ik homo was. Ik wilde geen homo zijn dus vocht ik terug. Stenen gooien, knokken... Ik was een puinhoop."

In Brazilië voetballen de jongens. Ik was homo – al besefte ik dat toen nog niet – en feminien, ik had het zo al lastig genoeg. Maar het moest, en de lerares was erg onder de indruk van me. Ze zei steeds tegen me dat ik talent had en dat was iets totaal nieuws voor mij: gewaardeerd worden en horen dat ik ergens goed in was. Ik hoorde alleen maar dat ik nergens voor deugde, dat ik een lastig kind was en een druktemaker en dat niemand iets te maken wil hebben met een druktemaker. Nooit iets positiefs.’

Coltrui, short, Hermès.

Op wat voor manier was je lastig?
‘Ik vocht vaak. Ik moest wel, om mezelf te beschermen. Alle jongens hadden het op me voorzien omdat ze zeiden dat ik homo was. Ik wilde geen homo zijn dus ik vocht terug. Stenen gooien, knokken … ik was een puinhoop. Als ik erop terug kijk denk ik dat ik daarmee ook probeerde aandacht te krijgen. Tijdens de balletlessen kreeg ik die. Ik moest mijn mond houden en mijn lichaam bewegen en de aandacht die me dat opleverde maakte dat ik elke dag terugkwam en elke dag beter mijn best deed, omdat ik wilde blijven horen dat ik goed was.’

Kent Brazilië een balletcultuur?
‘Nauwelijks. Het is iets van de elite. Die reist naar Europa en de VS en komt ermee in aanraking, bij die wereld hoort het. In Brazilië zelf is er niemand die naam heeft gemaakt met ballet. Ik herinner me hoe ik met mijn lerares voor het eerst een balletvoorstelling zag, speciaal voor kinderen, Harlequinade. Het was als een Disneyfilm maar dan live voor je ogen opgevoerd. Ik voelde dingen die ik nooit eerder had gevoeld. De prachtige muziek, de kostuums ... Dat een mens zich zo mooi kan bewegen vond ik waanzinnig. De massa in Brazilië komt er nooit mee in aanraking. Ballet? Je bent een zwarte jongen uit de favela. Hou op en ga een auto wassen, word ober. Alles behalve ballet.’

JEUGDIGE BRAVOURE

Dat hij nu coryphée is bij een van ’s werelds meest vooraanstaande balletgezelschappen is met name terug te voeren op de drive om aan zijn situatie te ontsnappen maar zeker ook te danken aan de hulp die hij daarbij van anderen kreeg. Behalve zijn oma waren er bijvoorbeeld de dames van de schoolkantine die hem wat extra snacks toestopten om ’s middags mee te nemen naar ballettraining. En bovenal zijn balletlerares. ‘Zij was als een engel voor me’, vertelt Daniel. ‘Ze heeft me op haar kosten over de hele wereld meegenomen naar balletcompetities en audities. Ze dwong me mijn taal fatsoenlijk te leren. Om iets van me gedaan te krijgen in die tijd was altijd een strijd, maar zij kreeg het voor elkaar. Ze was er voor me, emotioneel en financieel. Een groot deel van wie ik vandaag ben is dankzij haar.’

Op de foto boven draagt Daniel: badpak, Diesel. Broek, Louis Vuitton.

 

Wat was je big break?
Prix de Lausanne, de meest vooraanstaande talentcompetitie voor ballet ter wereld. Alleen de besten mogen meedoen, want de selectie is heel streng. In Argentinië werd een voorronde gehouden waarna twee plaatsen vergeven werden; m’n lerares bracht me er op eigen kosten naartoe. Hoewel twee anderen werden gekozen was de organisator zo onder de indruk van m’n verhaal en wat ik had laten zien dat zij voorstelde om een auditievideo te maken. Als ik toegelaten zou worden zou ze alles voor me betalen: reis, verblijf, onkosten. En dat lukte.’

Dus daar ging je. Was je nerveus?
‘Het was zo’n situatie waarin je maar half meekrijgt wat er gebeurt, waarom en wat ik daar deed. Ik was eerder al in New York en Berlijn geweest. Hier waren kinderen van overal ter wereld, prachtig en zo getalenteerd. En er was er maar één zoals ik.’

Wat bedoel je daarmee?
‘Zwart. Zwart en heel arm.’

Was dat intimiderend?
‘Toen wel. Zenuwen wonnen het van me. M’n lerares zei dat het goed zou komen, maar voor het eerst merkte ik dat ook zij nerveus was. De lessen gingen goed. Tijdens de podiumrepetitie kreeg je drie minuten om te repeteren met de docent en anderhalve minuut om jezelf te laten zien. Ik was derde uit een groepje van negen jongens. Ik ging op en ik was een puinhoop. Ik kon geen pirouette maken, kon niet springen, kon m’n uitvoering niet eens afmaken. In de zaal zaten alle docenten, de directie, het bestuur, de juryleden en terwijl zij allemaal zaten te kijken hoorde je ze tegen elkaar praten in de trant van: waar is hij mee bezig? M’n lerares liep rood aan; ik durfde haar niet aan te kijken. De leraar mocht me, omdat hij me had zien repeteren tijdens de les. Hij stelde voor dat ik een herkansing zou krijgen als er tijd over was. Dus aan het eind kreeg ik nogmaals anderhalve minuut. Tegen die tijd was alles in mijn hoofd een waas. Ik was niet eens van slag, omdat ik niet besefte hoe beroerd ik had gedanst. Ik liep het podium weer op, met alle ogen op mij gericht. De muziek startte en ik begon rond te lopen, de routine te zétten in plaats van te dansen. Waar ik een pirouette moest doen, maakte ik een draai met mijn hand. Ik danste niet, ik liep maar wat. M’n lerares kwam na afloop op me af: “Daniel, waarom deed je dat?” Ik weet niet meer wat ik antwoordde. Iedereen was met stomheid geslagen: hij krijgt een tweede kans en dan doet hij dit?! En toch, ergens had ik vertrouwen in mezelf. Ik was trots. Ik vond dat ik beter was dan iedereen. Uiteindelijk was het tijd voor de daadwerkelijke opvoering. Ik ging het podium op en deed het fantastisch.’ Hij laat een stilte vallen en tikt dan de lettergrepen op tafel: ‘Fan-tas-tisch.’ Nu met een lach: ‘Er is een video van: prachtig. Onwaarschijnlijk mooi. Ik ging op en ik deed het. Ik haalde de finale, maar uiteindelijk helaas niet de topdrie. En toch boden nagenoeg alle grote scholen me een beurs aan. Ik kon kiezen, inclusief The Royal Ballet in Londen, de school waar iedereen naartoe wil.’

Zijn lerares vertelt het verhaal nog regelmatig aan haar leerlingen, zegt hij lachend: ‘Ooh, er was die keer dat Daniel ...’ De keuze viel uiteindelijk voor The National Ballet of Canada omdat dit, anders dan The Royal Ballet, behalve dans ook een reguliere opleiding biedt. En, aldus Daniel, ballet is niet voor altijd. De school bood hem de opleiding aan inclusief onderdak, onderhoud en zakgeld. Daniel: ‘Dat is nogal wat. Het was kennelijk voorbestemd.’

MEEDOEN MET DE BESTEN

Tegen het eind van zijn opleiding nam de druk toe. Daniel: ‘Mijn klasgenoten waren over het algemeen nogal welgesteld. Zij zeiden dingen als: “Oh, als ik geen werk vind ga ik eerst een jaartje een auditietour doen.” Wat?! Nee, ik moét een baan, anders moet ik terug naar Brazilië en wat is daar? Helemaal niks. Ik heb zoveel meegemaakt, zoveel geweldige dansgezelschappen gezien en artiesten ontmoet. Ik heb het niveau “geweldig” aangeraakt: ik wil niet terug naar goed of gemiddeld. Ik wil meedoen met de besten.’

Hij deed een aanvraag voor een auditie, onder andere bij het Nationale Ballet. En prompt werd hij in Amsterdam uitgenodigd. ‘Ik besprak het met m’n lerares. Ze zei: “En je gaat, hè?” Maar ik had het eigenlijk al losgelaten. Te ver weg, te duur om naartoe te reizen. Ik dacht: in Canada kennen ze me en het is een heel goed gezelschap: daar ligt mijn kans. Mijn lerares gaf me de opdracht om bij de directeur van mijn school te melden dat ik was uitgenodigd bij het Nationale Ballet. “Dat is interessant”, was het enige wat ze zei. Een week later kwam ze bij me, met een ticket naar Amsterdam, het adres van het hotel waar ik zou verblijven en welke onkosten ze zouden vergoeden. “Je gaat”, zei ze nogmaals.’

En dus zitten we hier nu tegenover elkaar. Amsterdam voelde meteen goed, vertelt Daniel. Hier wil hij wonen, en hier wordt hij nog meer de danser die hij bedoeld is te zijn. Ook al was het best even een ontnuchtering om te ervaren wat het betekent om onder contract te staan bij een gezelschap.

Want wat had je verwacht?
‘Ik had een heel romantisch beeld van hoe het zou zijn. De Kunst en de Liefde voor de Kunst. Nee man, het is werk, een baan. Je moet je bed uit en aan de slag, ook als je lijf pijn doet. Je vindt niet iedereen leuk en dat is prima, maar met die mensen heb je ook te dealen. Je moet tellen en op tijd zijn en doe je dat niet dan lig je eruit. Bij dat feit had ik nog niet eerder stilgestaan. Ik dacht heel even dat ik op de verkeerde plek was terechtgekomen, oh mijn hemel! Maar toen ik belde met vrienden bij andere gezelschappen bleek dat het overal precies hetzelfde was. Dat is de danswereld.’ Lacht: ‘Ik was achttien jaar en heel naïef.’

Op de foto boven draagt Daniel: Shirt, broek, Dior Homme.

 

Wanneer huil je?
Hij denkt even na. Dan: ‘Vooral als ik tegen iets aanloop dat een obstakel vormt voor m’n ontwikkeling. Om het verleden huil ik eigenlijk nooit. Op één uitzondering na, anderhalf jaar geleden na een voorstelling hier in Amsterdam. New Moves heette het stuk. Het ging over oorlog en alle slechte dingen in de wereld, een thema waarmee ik me erg verwant voel. Tijdens het dansen was het alsof ik even uit mijn lichaam trad. Ik ging het podium op en vergat alles, een soort flow die gewoon gebeurde, heel expressief. Het voelde als een soort cleansing. Vanaf die dag heb ik een heel heldere visie. Ik begreep veel van dans maar nog niet m’n eigen urgentie, wie ik ben als persoon, als artiest, als danser. Die avond thuis heb ik zoveel gehuild. Het enige waaraan ik kon denken was mijn moeder. Ik rouwde om haar. Al het verdriet en alle tranen die ik nooit had gehuild kwamen er die avond uit.’

Wat weet je sindsdien over dans wat je daarvoor nog niet begreep?
‘Ik kwam terecht in de magie die ik voelde toen ik als kind naar ballet keek. Ik begrijp nu hoe ik dat kan oproepen. Ik besef nu dat het van binnenuit komt en dat je het nergens anders vandaan kunt halen dan daar. Mensen hebben me geholpen. Mensen geloofden in me. Ik heb de cyclus kunnen doorbreken dankzij hen. Het podium opgaan, weten wat je moet doen en toch ook alles los kunnen laten. Jezelf uiten, met welk gevoel je ook opgaat, rouwen om je verleden, elke keer weer. En dan opnieuw beginnen. Een keer per jaar ga ik naar huis en dan zie ik mijn familie weer. Ik ontmoet m’n vader en ik probeer niet al te veel te weten te komen over hoe het met hem gaat. Hij is 48 maar hij ziet eruit als een twintiger: hij is heel knap. Mijn relatie met hem ... Het is wat het is. Mijn zusje en mijn oma zijn alles voor me. De rest van de familie is lief, maar ik zie hoe iedereen blijft hangen in het bestaan dat ze kennen. Op jonge leeftijd kinderen krijgen, waardoor je je school niet kunt afmaken en geen kans krijgt je te ontwikkelen. Zoals hun ouders dat ook deden. Ik voel de noodzaak om te blijven presteren, om goed te zijn. Mijn succes is ook het succes van alle mensen die in me geloofden. Ik mag hen niet teleurstellen. Ik ben nog lang niet waar ik zijn wil, maar ik had geen Daniel om tegenop te kijken als klein jongetje. Ik ben hier om een ster te worden. Want ik kan een ster worden. En ik zal de favela representeren.’

Credits

Fotografie: Wendelien Daan
Creative Direction: Nicolette Goldsmann en Tanne Gielen
Styling: Majid Karrouch 
Haar & make-up: David Koppelaar
Met dank aan Studio Witman Kleipool.

Tags

Lees ook

Aanbevolen voor jou