Kunst

Ruimtefiguren: Belgisch design-duo Muller Van Severen

by Tanne Gielen
30.04.2018
Ze werken samen, leven samen, denken samen. Ze maken zelfs elkaars zinnen af. De Belgische Fien Muller en Hannes van Severen vormen naast een echtpaar ook een designduo onder de naam Muller Van Severen. ‘Wij zijn kunstenaars die meubels maken.’

Ontspannen ploffen Fien Muller (1978) en Hannes van Severen (1979) op de bank neer in het Antwerpse appartement boven restaurant en conceptstore Graanmarkt13, waar het interview plaatsvindt. Van Severen enthousiast: ‘Mooi hier, hè? We hebben er ooit ons werk tentoongesteld’. De twee beschikken beide over een interessante mengeling van Belgische nederigheid en aangename directheid.

Pretentieloos, zonder enige valse bescheidenheid. Maar tegelijkertijd zijn ze ook uitgesproken, doelgericht en ambitieus. Muller en van Severen ontmoeten elkaar op de Gentse kunstacademie rond de eeuwwisseling. Beide studeren beeldhouwen. Fien heeft dan al een studie fotografie erop zitten. De vonk vliegt snel over, samenwerken gebeurt later. Na hun afstuderen werken zij volledig onafhankelijk van elkaar. Pas als een galerie Muller in 2011 vraagt mee te werken aan een tentoonstelling slaan ze de handen ineen.

LIFESTYLE_creative-couples-muller-van-severen-zeichnen-im-raum_04-700x638.jpg

Op dat moment besloten we niet autonoom te werken maar functionele objecten maken. We waren net ons huis aan het verbouwen; misschien heeft dat ons in een bepaalde richting geduwd. Onbewust.’ Hoewel de twee daarvoor voornamelijk als fotograaf en beeldhouwer werkten, blijkt de combinatie van beider talenten geheel nieuw werk op te leveren. Muller: ‘Er kwam direct heel veel los in ons. Heel maf!’ Van Severen stemt in: ‘Ja, en daarbij moesten we ineens nadenken over functie. Dat hadden wij als beeldhouwers natuurlijk voorheen nooit gedaan. Nu moesten we binnen grenzen denken.’

Van Severens vader is de bekende meubelontwerper en interieurarchitect Maarten van Severen (1956-2005). Zijn ontwerpen voor toonaangevende merken als Vitra en Kartell zijn inmiddels klassiekers. Ook zijn oom Fabiaan is een gerenommeerd designer. Grootvader Dan Van Severen was een kunstschilder, beroemd om zijn abstracte geometrische schilderijen. Oftewel: in de kunstwereld is de familienaam van Severen niet bepaald onbekend te noemen.

Je komt uit een bekende familie. Hoe beïnvloed je dat?
Van Severen: ‘Uhh...ik ben blij dat ik daarvan ben losgekomen.’

Los?
Van Severen: ‘Na ja, in het begin van mijn carrière werd er steeds gerefereerd aan mijn familie. Ik zie niet in waarom dat bij een bakker wiens zoon in zijn voetsporen volgt heel gewoon is en bij een designer niet. Waarom zou je daar commentaar op geven? Maar ik ben er echt los van!’ Het is even stil, als Van
Severen ferm zegt: ‘Ik heb daar nooit gebruik van gemaakt. Van mijn  chternaam. Van mijn familie. Nooit.’

Ik moet toegeven dat ik, toen ik een paar jaar geleden voor het eerst jullie werk bekeek en de naam Van Severen zag staan, meteen heb gegoogled of je familie van Maarten of Fabiaan was.
Muller knikt: ‘Ja, dat snap ik.’
Van Severen breekt in: ‘Begrijp me goed, ik ben fier op wat mijn vader heeft gedaan. Jazeker. Maar ik ben ook fier op wat wij hebben gedaan! En dat ik iets heb meegenomen van hem en mijn grootvader.’

Die strikte lijnen bijvoorbeeld?
Van Severen: ‘Jazeker! Zowel mijn vader als grootvader hielden van strakke lijnen in hun werk. Modernistisch. Dat doen wij ook. Maar wij doen er wel ons eigen ding mee!’ Muller: ‘En daarom is het interessant en zijn we succesvol, denk ik. Het is namelijk geen kopie!’
Van Severen: ‘Ja, dat is het grote gevaar.’

Groot gevaar?
Van Severen: ‘Dat je je vader adoreert en hem na gaat doen. En dat is totaal niet interessant. Ik vertel een ander verhaal. Maar je voelt wel een bepaalde geschiedenis. Maar vergis je niet, ons werk is niet alleen gebaseerd op mijn geschiedenis! Zowel de achtergrond van Fien als mijzelf zie je terug.’

Hoe bedoel je dat?
Van Severen: ‘We komen beide uit een kunstenaarsfamilie. Fien komt bovendien uit een familie van gerenommeerde antiquairs. Haar grootmoeder heeft Delfts blauw naar België gebracht. Een grote madam in de antiek.’
Muller: ‘In het huis waarin ik ben opgegroeid waren alle kamers in een andere kleur ingericht. Klassieke kasten naast zeventiendeeeuwse schilderijen. Heel expressief. Mijn vader combineerde dat met de moderne kunst die hij zelf maakt.’ 

En laat me raden...
Van Severen: ‘Haha, juist: waar ik opgroeide was alles wit. Met hier en daar grijs en zwart. Heel strak en modernistisch.’

Ik zie inderdaad dat die werelden samenkomen in jullie werk. Een klassiek materiaal als marmer gebruiken jullie in geometrische vormen.
Van Severen: ‘Dat bedoelde ik met de opmerking dat onze geschiedenis terugkomt. Onbewust werkt dat zo. We gaan er niet specifiek naar op zoek, maar achteraf zie ik dat ook. Het eigenlijk ook heel logisch.’ Muller: ‘Eerlijk gezegd: eigenlijk wees pas onlangs iemand ons hierop. Mij was het ontgaan. We werken zeer intuitief’.

Hannes, je vader is dertien jaar geleden overleden.
Van Severen: ‘Ik was 25 toen hij overleed. Hij heeft niets van ons gezamenlijke werk gezien. Alleen van mijn beeldhouwwerk op de academie.’

ruimtefiguren5.jpg

Misschien dat je daarom...
Van Severen onderbreekt: ‘Soms wordt er zo gewichtig gedaan als je uit een creatieve familie komt. Alsof je op je negende een soort van filosofische gesprekken met je ouders voert! Wat een onzin.’

Je eigen familie en hoe je opgroeit: je weet niet anders, dus alles is doodnormaal. Bedoel je dat?
Van Severen: ‘Precies! Je weet niet anders. Als je opgroeit besef je niet uit wat voor gezin je komt. Het is doodnormaal. Hoe ongewoon het misschien ook is. Wij zien dat nu ook met onze eigen dochters.’

Op wat voor manier?
Van Severen: ‘We hebben een bestek ontworpen en testen de prototypes thuis.’
Muller: ‘We leggen die prototypes gewoon tussen ons andere bestek. Eten ermee, wassen het af.’
Van Severen lachend: ‘Daar spreken we verder ook niet over.’
Muller: ‘Nou, laatst vroeg ik aan onze oudste dochter van negen wat ze eigenlijk van het bestek vond dat haar mama en papa gemaakt hebben. Ze keek me aan en zei verveeld: “ohhh mamaa...dat is toch gewoon!”’

Ik zag mijn vader ook plezier hebben in het maken. Of misschien voelde ik het?

Het doet haar niets, bedoel je?
Van Severen: ‘Ja, heerlijk toch? Ik vind het juist leuk dat zij daar zo kinderlijk op reageert.’ Op kinderlijke toon immiteert hij zijn dochter: ‘Dat is toch normaal!’
Muller vult aan: ‘Zij krijgt wel wat mee hoor. Alleen dat beseft ze pas later.’
Van Severen: ‘Tuurlijk, ik heb ook bij mijn vader in zijn atelier meegeholpen. Mijn vader maakte alles zelf. Zo leer je wat prutsen. En je krijgt het plezier van het maken mee. Alhoewel: hij werd er soms gek van. Hij kon niets uit handen geven. Ik ben blij dat wij dat wel kunnen.’
Muller: ‘Ik zag mijn vader ook plezier hebben in het maken. Of misschien voelde ik het? Ja, ik denk dat ik voelde dat hij er blij van werd om dingen te creëren’.

Design of kunst? 

Muller en Van Severen werken nu zeven jaar samen. Ze worden gerekend tot de grootste hedendaagse talenten. Hun kleurrijke interieurobjecten balanceren op de scheidslijn tussen design, architectuur en kunst. Van marmeren plates waarop je gerechten kan opdienen tot stoelen en verlichting.

Jullie werk is functioneel. Je kunt daadwerkelijk op een stoel zitten. Maar toch blijven het ook objecten, die ook een sculptuur of installatie zouden kunnen zijn.
Muller: ‘Ja, ik denk dat wij heel goed op dat snijvlak kunnen opereren.’
Van Severen fel: ‘Toch wil ik niet pretenderen dat ons werk kunst is of design. Dat mogen anderen bepalen. Ik zou het raar vinden mezelf ergens in te delen. Want wat is dat in godsnaam: het snijvlak tussen kunst en design?’

Eh...
Van Severen lachend: ‘Ik vind ons werk ook geen design. Als ik dat woord hoor, denk ik altijd aan een gestroomlijnde broodrooster ofzo. En dat is niet wat wij maken! Maar het is ook geen kunstwerk voor aan de muur.’
Muller twijfelend: ‘Dat is waar, ja. Maar toch vind ik dat ons werk aanleunt tegen kunst.’
Van Severen: ‘Nee, dat vind ik niet! Want kunst heeft geen functie. Onze ontwerpen wel. En ik denk dat dat een grote scheidingslijn is.'
Muller: ‘Ja?’
Van Severen: ‘Ja!’

Wat maken jullie dan wel?
Van Severen: ‘Ik vind dat we wel gebruiksvoorwerpen maken. We willen dingen ontwerpen die een functie hebben en degelijk zijn. En we willen dat iets in de ruimte kan staan. Als je eromheen loopt moet het een sculpturaal gevoel geven’.
Muller lacht: ‘Ja, daar zijn die sculpturen weer!’

Hoe werken jullie?
Muller: ‘We werken nog hetzelfde als vroeger, echt als beeldhouwers. We gaan naar ons atelier en beginnen iets te maken, zoals een beeldhouwer dat doet. We hebben daarin niets veranderd.’
Ze denkt even na en zegt dan ferm: ‘Ja dat is het: we zijn kunstenaars die meubels maken!'

Kunstenaars die meubels maken. Hoe moet ik me dat voorstellen?
Muller: ‘We gaan elke dag naar het atelier. En nee, we zijn dan niet altijd creatief bezig. Want er zijn inmiddels ook andere zaken die wemoe ten regelen. Maar als we iets gaan maken, beginnen we met tekenen in de ruimte. Al lassend. Met stalen profielen. Vanuit een aantal schetsen. En dan maken we een stuk dat we echt vanuit de ruimte laten functioneren: plafond, muur, vloer. En vanuit dat ene object ontstaat vaak een hele familie.’
Van Severen (lachend): ‘Ze planten zich voort!’
Muller vervolgt: ‘Nee, in die zin doen we niet veel anders dan vroeger. Maar we moeten wel nadenken over de functie. Als wij meubels maken moeten ze gebruikt kunnen worden. Hoe gaat dit object zich verhouden tegenover een mens? Wat wil je zien als je erop zit? Al die vragen komen er nu bij.’

Spreken jullie tijdens zo’n proces veel met elkaar?
Beiden tegelijk: ‘Ja!’
Van Severen: ‘Maar die dialoog vindt niet alleen via woorden plaats.’
Muller knikt en vervolgt: ‘Het is heel raar, maar ik vind het soms allemaal griezelig vanzelfsprekend als we samenwerken. Maar begrijp me goed: het is niet zo dat we niet kritisch op elkaar zijn. Integendeel. We zijn heel streng tegen elkaar. Snap je?’
Van Severen: ‘Maar dat gevoel tussen ons…’
Muller: ‘Ja, dat is speciaal. Dat is uniek.’

Nooit ruzie?
Muller: ‘Jawel, hoor. Zeker. Maar niet over ons werk. Niet over hoe iets eruit komt te zien.’
Van Severen instemmend: ‘Nee, ruzies gaan over dingen daaromheen. Over hoe we dingen naar de buitenwereld willen communiceren bijvoorbeeld.’

Autonome harmonie

Het klinkt allemaal wel heel harmonisch. Dat roept de vraag op of er ook verschillen tussen de twee ontwerpers zijn.
Muller: ‘We hebben geen duidelijke rolverdeling. Soms zit ik in de auto wat te tekenen en gaat Hannes er op verder. Of omgekeerd. Het ontstaat altijd op een andere manier. Echt verschillend zijn we niet.’

ruimtefiguren6.jpg

In welk opzicht werken jullie anders dan een traditionele productontwerper?
Van Severen: ‘We willen dat autonome gevoel behouden. In dat opzicht werken we anders dan een designer. Ik denk dat een productontwerper een lange tijd kan werken aan een stoel, de functie, de details. En als die stoel dan af is, wordt hij gewoon ergens neergezet. Maar wij zijn daar niet tevreden mee.’

Waarom niet?
Van Severen: ‘Wij willen de ruimte erbij betrekken!’
Muller: ‘Daar worden wij het meest gelukkig van.’

Jullie zijn natuurlijk ook niet als productontwerper opgeleid.
Muller: ‘Nee, we werken heel intuïtief. We hebben op school niet geleerd om achter de computer meubels te ontwerpen. Dus we moeten wel.’
Van Severen stellig: ‘En zo willen we het ook. Aanrommelen in ons atelier. Aldoende creëren.’

Wij zijn veel te ongeduldig. Als we iets in ons hoofd hebben, willen we het direct zien in 3D.

Geen computerschermen dus?
Van Severen: ‘Nee. Gelukkig niet. Pff. Ik zou compleet gefrustreerd raken. Wij zijn veel te ongeduldig. Als we iets in ons hoofd hebben, willen we het direct zien in 3D. Ik wil meteen kijken of iets werkt.’

Er schuilen stiekem twee architecten in jullie, volgens mij.
Van Severen: ‘Haha, we denken inderdaad wel in ruimtes.’
Muller: ‘En we worden steeds meer door architecten benaderd om samen te werken. Heel leuk!’
Van Severen: ‘Onze ideeën over ruimte worden serieus genomen. Dat vind ik een mooi compliment.’

Vertel!
Van Severen: ‘Nou, we zijn bezig met een heel mooi project. Een Parijse familie heeft een ruïne gekocht op het eiland Stromboli en zij hebben ons gevraagd alles te doen. Ook het gebouw! Daar hebben we net een ontwerpvoorstel voor gedaan. Heel leuk. Maar er komen zaken bij als Unesco Werelderfgoed, dus het gaat nog ingewikkeld worden.’
Muller: ‘We gaan dingen toevoegen aan de bestaande architectuur van de ruïne.’
Van Severen: ‘Zo’n project vind ik fantastisch! Maar we worden ook voor andere dingen gevraagd. Zo hebben we onlangs een pepermolen en bestek ontworpen, die we tijdens de Salone del Mobile in Milaan gaan lanceren’.

Mooie projecten.
Muller: ‘Het zijn absoluut, geweldige opdrachten, maar we willen niet al te veel afwijken van onze liefde: objecten in de ruimte maken.’
Van Severen: ‘Als je ons vrij laat, maken we het beste. Laat ons onze gang gaan! Geef ons vertrouwen, dan komt het goed.’

Credits

Tekst: Tanne Gielen

Fotografie: Frederik Vercruysse

Deel artikel

Tags

Lees ook

Aanbevolen voor jou