Kunst

'Mijn helden zijn angstig' - de fotografie van Miles Aldridge

by Tanne Gielen
01.05.2018
Een van de meest succesvolle modefotografen van de afgelopen twintig jaar is Miles Aldridge. Wij spraken de flamboyante Brit over zijn werk.

Zijn geënsceneerde, vaak huiselijke, taferelen van bloedmooie maar o zo verveelde vrouwen vormen dikwijls het decor. Aldridge lijkt niets aan het toeval over te laten. Zijn modellen zijn volledig geschminkt en in de mooiste outfits gestoken. Van visagisten en stylisten tot decorbouwers en belichters: een heel team van professionals wordt opgetrommeld om smetteloze plaatjes te schieten. Dat klinkt saai en gepolijst, maar de Brit weet in deze ogenschijnlijk perfecte wereld een spanning van melancholie en drama op te roepen. Een soort van The Stepford Wives: niets is wat het lijkt.

Miles Aldridge in zijn studio

Je werk is heel herkenbaar.
‘Mooi. Dat probeer ik namelijk ook als een malle. Het is zo belangrijk om als kunstenaar herkenbaar werk te creëren. Vanaf het moment dat ik begon als fotograaf heb ik dat nagestreefd.’

Als ik een foto van je zie denk ik altijd dat ik naar een filmstill kijk. Wat is er gebeurd? En wat gaat er komen?
‘Dat is precies wat ik wil, dus goed om te horen. Ik wil dat je je vragen gaat stellen. Meer algemeen: ik denk dat dat ook de taak van een kunstenaar is. Dat hij of zij je aan het denken zet. Ik probeer verhalen of halve verhalen te creëren waarvan je als kijker onderdeel wordt. Als een foto niet in woorden kan worden uitgelegd, is mijn missie geslaagd.’

Je probeert niet een moment te vangen?
‘Nee, nee, nee. Ik ben het totaal niet eens met het principe dat je als fotograaf een moment wilt pakken. Echt onzin. Ik vergelijk het altijd met schilderkunst. Als ik een schilderij bekijk, zie ik geen moment maar een verhaal. Dat kan gaan over de dood, schoonheid of over andere grote onderwerpen. Zo zie ik fotografie ook. Ik probeer zelf te spelen met het begrip tijd, net zoals kunstschilders dat doen. Daarnaast is kleur een heel belangrijk onderdeel van mijn werk. Ik speel met kleur. Ik wil expressie. Toen ik begon met modefotografie werd deze beheerst door de stijl van David Bailey. In zwart-wit. Hij creëerde liefde via zijn camera. Ik vond dat een trashy concept. De man schuilend achter de camera, de vrouw ervoor. Ik wilde in mijn beelden niet dit soort vanzelfsprekendheid. De modellen in de fotografie die mij aanspreekt, zijn zich niet bewust van de camera. Integendeel.’

Je bent opgeleid als illustrator.
‘Ja, en ik ben toevallig modefotograaf geworden. Helen, wil jij vertellen hoe dat is gekomen, haha? Nee, klopt. Het is echt puur toeval.’

Vogue vond je foto’s mooi, dus toen dacht jij: ach, laat ik er dan maar voor gaan?
‘Haha, inderdaad! Fotografie in 1995 was op dat moment heel opwindend. Sexy. Magazines als The Face en i-D lieten een compleet nieuw beeld zien. Zij werkten met jonge fotografen zoals David Sims, Juergen Teller, Craig McDean en Corinne Day. En met mij! Het was een bijzondere tijd om het vak in te rollen en te werken met modellen zoals Kate Moss. Toch had ik steeds het idee dat ik eigenlijk filmregisseur wilde worden. Als ik naar mijn polaroids keek, vond ik die beelden veel interessanter dan de onbezorgde modekiekjes die het uiteindelijk werden. Op de polaroids keken de modellen bezorgd. Die blik was op de uiteindelijke foto verdwenen. Daarom besloot ik definitief een andere weg in te slaan. Misschien dat daarom mijn foto’s vaak als stills uit films worden gezien?’

Geen vrolijke modellen toegestaan dus?
‘Nee! Zooo saai! Hoe saai kan een beeld zijn van iemand die rijk en vrolijk is? Of doet alsof zij dat is? Mijn helden zijn angstig, zoals bijvoorbeeld de vrouwen in de films van Alfred Hitchcock of David Lynch. Als zij huilen of het uitgillen van angst vind ik ze juist prachtig.’

"Wat ik leuk vind aan mijn foto’s is dat ze onverklaarbaar zijn."

Je beelden zijn compleet geregisseerd. Ben je een controlfreak?
‘Uh, dat kan ik inderdaad niet ontkennen. Ik heb graag alles in de hand. Daarom werk ik in de studio, waar ik een set opbouw. Precies zoals ik het wil. Samen met mijn team, hoor. Maar ik houd graag de regie in handen. Daardoor kan ik ook spelen met begrippen als realiteit en namaak. Want wat is de waarheid? Net als in een boek of toneelstuk: we weten dat het niet waar is, maar worden er toch in meegezogen.’

Waarom maak je eigenlijk geen film?
‘Die vraag zag ik aankomen! Weet je, ik maak foto’s die refereren aan de filmkunst. Maar als ik een film zou maken, is het gewoon een film. Snap je? Wat ik leuk vind aan mijn foto’s is dat ze onverklaarbaar zijn. Je begrijpt niet precies wat er aan de hand is. En dat vind ik nou juist fijn. Maar of je daar ook blij van wordt als je twee uur lang een film hebt gekeken? Dan wil je toch gewoon weten waar je naar hebt zitten kijken?’

Hoe is het om op te groeien met een beroemde kunstenaar als vader?
‘Leuk. In eerste instantie. Hij leerde me dat je met tekenen ook geld kan verdienen.’ (Lacht.) ‘Dat klinkt misschien wat smakeloos, maar het is wel zo. Het bracht geld in het laatje. Toch wierp zijn bekendheid ook een schaduw over mij heen, toen ik nog illustrator wilde worden. Dat was moeilijk.’

Dus eigenlijk was de switch naar fotografie een verlossing?
‘Eigenlijk wel, ja. Mijn vader kon ik daardoor meer loslaten.’

En toen ging je je moeder als inspiratie gebruiken?
‘Haha, je hebt je goed voorbereid! Ja, mijn moeder was een typische huisvrouw. In de zin van dat ze kookte, zorgde dat wij op tijd in bed lagen, enzovoort. Ze verborg door haar make-up haar diepere gevoelens. Ik merkte als tiener dat mijn moeder niet gelukkig was. Ze voelde zich rot door de scheiding van mijn vader. De liefde van haar leven was weggegaan. Zijn roem was hem naar het hoofd gestegen. Maar zij ging door. Ze deed wat ze moest doen. Op de automatische piloot. En juist dat komt ook terug in mijn werk.’

Kun je wat vertellen over je solotentoonstelling in Reflex?
‘Ik laat recent werk zien, zoals de serie After. Daarin tracht ik te reageren op het werk van kunstenaars als Gilbert & George, Maurizio Cattelan en Harland Miller. In de serie van Miller en Gilbert & George maak ik voor het eerst gebruik van de technieken fotogravure en zeefdruk. Daarnaast kun je het werk Lucretia zien en zal ik nieuwe polaroids tonen. Amsterdam is een speciale plek voor mij. Reflex was de eerste galerie die me ging vertegenwoordigen, in 2002. En zij geloven nog steeds in mij. Ongelofelijk, toch? Of zou dat ook geënsceneerd zijn?’

7 april t/m 22 mei: Miles Aldridge in Galerie Reflex,
Weteringschans 79a, Amsterdam.
www.milesaldridge.com
www.reflexamsterdam.com

Deel artikel

Tags

Lees ook

Aanbevolen voor jou