L'Officiel Art

Led Zeppelin: Monsters of Rock

1969 was het jaar waarin Led Zeppelin niet één, maar twee albums uitbracht. Nu, vijftig jaar later gonst het als vanouds van de geruchten rondom ‘the greatest band of rock & roll history’.
Reading time 9 minutes
Led Zeppelin in 1969. Foto © Ron Raffaelli/Ron Raffaelli Collection, Led Zeppelin by Led Zeppelin, Reel Art Press.

Als er één band alle ‘boxes ticked’ van rock-’n-rollstereotypen dan is het wel Led Zeppelin. Even legendarisch als berucht zijn de wilde verhalen over desastreuze cocktails van drank en drugs, duister satanisme, illegale seks met kindgroupies en andere schandalen. En dan zijn er die snoeiharde, gespierde gitaarklanken, de kolkende liveshows, die enorme schare, haast bezeten, fans en monstertracks zoals Whole Lotta Love en – het meest gedraaide lied op de radio ooit – Stairway to Heaven. Zeker, een aantal critici plaatst verschillende inhoudelijke kanttekeningen bij de typering ‘greatest band of rock & roll history’.

Maar toch is het een onomstotelijk feit dat Led Zeppelin, tegen het decor van de jaren zeventig, een eerlijke, rauwe, vuige vorm van rock-’n-roll bracht die nooit is geëvenaard. Mastermind achter het instituut Led Zeppelin was de jonge maar ervaren sessiegitarist Jimmy Page. In 1968 kreeg de 24-jarige muzikant het idee om een nieuwe band op te laten rijzen uit de as van de ingedutte Yardbirds. Hij stelde zijn oude maat John Paul Jones aan op bas en voegde er een andere zanger aan toe, Robert Plant, met in zijn kielzog drummer John Bonham. De nieuwe Yardbirds (The New Yardbirds) zou, in Pages woorden, ‘een huwelijk worden van blues, hardrock en akoestische muziek, met zware refreinen’.

 

Live in het Kezar Stadium in San Francisco, 2 juni 1973.

Niet veel later werd de band omgedoopt tot Led Zeppelin, een vondst van Keith Moon, de bevriende drummer van The Who. Deze Moon had maar weinig fiducie in de toekomst van de groep en meende dat het alleen maar kon aflopen als een tot neerstorten gedoemde lead balloon, een sarcastische opmerking die leidde tot de uiteindelijke bandnaam Led Zeppelin. Hoewel de band vrijwel direct werd omarmd door de Londense en internationale undergroundscene, waren de critici aanvankelijk minder enthousiast. De muziek ‘ontbeert raffinement’, is ‘te bombastisch’ en ‘te seksueel geladen’, zo klonk het, terwijl het toonaangevende muziekmagazine Rolling Stone het debuutalbum ‘slap’ en ‘fantasieloos’ noemde, en er fijntjes aan toevoegde dat het bij lange na niet kon tippen aan het zojuist opgeheven Cream, de rockband van Eric Clapton.

Maar het zou de miljoenen tieners wereldwijd, die aanschopten tegen de proletarische waarden van hun ouders, een worst wezen wat de critici vonden. Aan Led Zeppelin kleefde een waas van gevaar, mysterie en duistere spiritualiteit. En dat bleek onweerstaanbaar. Zo groeide de band in de hoogtijdagen van de groupiecultuur van de jaren zeventig uit tot de allergrootste en was al snel de cultstatus een feit.

Jimmy Page, Gitarist

Jimmy Page, die al naam had gemaakt als sessiegitarist voor grote namen zoals The Who, The Kinks en The Rolling Stones, was de drijvende kracht achter Led Zeppelin. Samen met manager Peter Grant gaf hij leiding aan de band, af en toe afgeleid door zijn heroïneverslaving en fascinatie voor het occulte. Page geldt als een van de meest invloedrijke gitaristen ooit. Wie luistert naar de rauwe solo in Heartbreaker of de dreigende riff in Kashmir weet waarom.

John Paul Jones, Bassist en toetsenist

Waar alle bandleden bekend stonden om hun offstage-excessen was John Paul Jones de rustigste van de groep. Zelf zegt hij dat hij vooral de slímste was: hij slaagde er beter in om zijn uitspattingen onder de radar te houden. De kenmerkende funky groove van een aantal songs komt veelal uit de koker van Jones en hoor je onder meer terug op The Lemon Song. Na Led Zeppelin bleef Jones optreden als onderdeel van verschillende muzikale projecten, zoals Them Crooked Vultures, samen met Josh Homme en Dave Grohl.

Robert Plant, vocalist

De frontman van Led Zeppelin was met zijn lange blonde haren, blote torso en flamboyante verschijning de archetypische rockgod en het ultieme sekssymbool. Alom wordt aangenomen dat zijn beste vocale prestatie te horen is op de bluessong Since I’ve Been Loving You, maar onderschat vooral ook Plants – vaak seksueel getinte – tekstschrijf-skills niet. Na het uiteenvallen van Led Zeppelin richtte Plant zich op soloprojecten van allerlei aard. Hierin onderzoekt hij nieuwe stijlen en genres, omdat hij weigert terug te vallen op eerdere commerciële successen. De zanger, inmiddels 70 jaar oud, treedt nog altijd op en toert de wereld rond.

John Bonham, drummer

Het was Robert Plant die Bonham, alias Bonzo, aandroeg als drummer voor Led Zeppelin. Bonham zelf was minder enthousiast over het idee: er waren acht telegrammen van Plant en nog eens veertig van manager Grant nodig om hem te overtuigen. Bonham was een echte hardhitter en powerdrummer, zoals te horen is op Rock and Roll en Immigrant Song. Maar vooral met de drumsolo op Moby Dick heeft hij zich onsterfelijk gemaakt. Na zijn tragische dood in 1980 nam zoon Jason het drumstokje over bij enkele zeldzame reünieconcerten.

EXCESSEN IN HET STARSHIP 

Zo rustig en lieflijk als de akoestische intro van Stairway to Heaven klinkt, zo explosief, abrupt en luid was de geboorte van rockband Led Zeppelin. Tussen het songwritingproces in de oefenruimte en de eerste liveshows in Denemarken, september 1968, zaten slechts een paar weken. En toen al, tijdens die allereerste tour, speelde de band een aantal liedjes dat later op het eerste album zou komen: Communication Breakdown, Dazed and Confused en You Shook Me. Door de levendige liveshows was de reputatie van de band hen vooruitgesneld en werden ook de zalen in Londen uitverkocht, nog vóór het verschijnen van het debuutalbum Led Zeppelin I, op 12 januari 1969. Ondertussen speelde de legendarische manager Peter Grant slim in op de buzz die rondom de band was ontstaan. Als geen ander wist hij dat mond-tot-mondreclame de beste marketingtool is en hield hij tv-optredens en andere promotionele activiteiten af, met als gevolg dat het mysterieuze, ongrijpbare imago van Led Zeppelin nog meer werd gevoed.

 

Swan Song-artwork, 1975.

En ook Jimmy Page, oprichter, leider en gitarist van de band, was er alles aan te doen om de authenticiteit te bewaken. Teneinde de bemoeienis van het platenlabel tot een minimum te beperken en de totale creatieve vrijheid te behouden, financierde hij het debuutalbum grotendeels uit eigen zak. Echter, het idee de band uit de media te kunnen houden was een illusie, al was het alleen maar vanwege de continue stroom van berichten over vernielde hotelkamers. Deze verhalen, in combinatie met de gespierde hardrock maakten van gitarist Page, zanger Plant, basgitarist en toetsenist Jones en drummer Bonham de superhelden van tienerjongens die zelf rockster wilden worden. Led Zeppelin groeide uit tot de succesvolste rockband van de jaren zeventig en reisde op het hoogtepunt van zijn roem per eigen privéjet, Starship genaamd, die was ingericht met een gigantische loungebank, slaapkamer, douche én rijk gevulde bar. Naar verluidt was het vliegtuiginterieur het decor van menig hedonistisch en excessief tafereel. Zo noemde Robert Plant een pijpbeurt tijdens hevige turbulentie zijn beste herinnering aan Starship, terwijl John Bonham de twijfelachtige reputatie had zich regelmatig in beschonken toestand aan de stewardessen te vergrijpen. En manager Peter Grant zwaaide aan boord met een pistool.

CULTRODDELS EN ANDERE CONTROVERSE 

Maar vanaf 1976 ging het bergafwaarts met de band. Hoewel albums zoals Presence (1976) en In Through The Out Door (1979) nog steeds konden rekenen op glanzende verkoopcijfers, nam het leven van een aantal bandleden een noodlottige wending. Een daarvan was het auto-ongeluk van Robert Plant en zijn vrouw op het Griekse eiland Rhodos. Beiden raakten zwaargewond en het was onzeker of de zanger ooit weer zou kunnen lopen. Toch dook de band de studio in, met Plant in een rolstoel, om Presence op te nemen. En toen voltrok zich nóg een drama: tijdens de tour die volgde werd Plants vijfjarige zoontje getroffen door een zeldzame virale infectie en overleed. De tour werd onderbroken en de zanger werd nooit meer helemaal de oude. Rond diezelfde tijd deden er ook andere duistere geruchten de ronde rondom de band; zo scheen het dat Jimmy Page zich bezighield met satanistische praktijken, worstelde met een heroïneverslaving en een geheime relatie onderhield met de 14-jarige groupie Lori Mattix.

Boven: een van de eerste liveshows van Led Zeppelin, 7 september 1968, in de Teen Club, Denemarken.

Deze relatie werd ook toen al, in de seventies, niet getolereerd. Om te ontsnappen aan beschuldigingen van verkrachting werd deze relatie dan ook uitsluitend in hotelkamers geconsumeerd, buiten het zicht van de media. Door sommigen werd zelfs beweerd dat het om ontvoering van het meisje ging. Maar er was nog meer controverse waardoor de band werd – en nog steeds wordt – geplaagd: volgens sommigen maakte Led Zeppelin zich schuldig aan plagiaat en zijn klassiekers zoals Whole Lotta Love en The Lemon Song voorbeelden van liedjespikkerij. De finaleklap voor het voortbestaan van de band was echter het overlijden van John Bonham, in september 1980. De drummer stikte in zijn eigen braaksel na een drankorgie in het huis van Page. De lijkschouwer noteerde naderhand een alcoholpromillage in Bonhams bloed dat equivalent was aan veertig shotjes wodka.

Onder: Led Zep, 14 januari 1969, San Francisco.

Nu, vijftig jaar na het verschijnen van het eerste album is er weer volop activiteit rondom de band: zo is er een limited edition-snowboard, brengt skatemerk Vans een Led Zeppelincollectie uit en is er een prachtig fotografieboek met bandfoto’s, gecureerd door de band zelf, Led Zeppelin by Led Zeppelin. Bovendien zoemen geruchten rond over een op handen zijnde reünie op Glastonbury en zelfs Pinkpop (geruchten die inmiddels trouwens weer zijn afgeschoten). En toch is het niet ondenkbaar dat de band dit jaar nog eenmaal bij elkaar komt, voor het eerst sinds 2007 toen Led Zeppelin, in oude bezetting en met John Bonhams zoon op drums, in een bomvolle O2 Arena in Londen speelde. Want feit blijft: rock-’n-roll never dies.

‘Led Zeppelin by Led Zeppelin’, Jimmy Page, Robert Plant en John Paul Jones, Uitgeverij Reel Art Press, €59,95.

WWW.REELARTPRESS.COM

Lees ook

Aanbevolen voor jou