L'Officiel Art

Het oï-effect van Louis Vuitton

Ruim 27 jaar werken ze al samen, de drie Zwitserse designers die samen atelier oï vormen. Het drietal heeft zijn sporen al ruimschoots verdiend maar is wars van sterallures. L’OFFICIEL HOMMES sprak met hen tijdens de Salone del Mobile in Milaan naar aanleiding van de nieuwe ‘Petits Nomades’-collectie van Louis Vuitton, waarin ook een aantal creaties van atelier oï is opgenomen.
Reading time 8 minutes

Het uitgangspunt van atelier oï is: Laat het materiaal voor je werken. Zonder van een uitgesproken signatuur te spreken zoals bij veel jongere ontwerpers het geval is, hebben deze drie Zwitserse designers een methodiek ontwikkeld die bijna al hun producten een uitzonderlijk hoge standaard geven en toch van een bijzondere eenvoud zijn. Aurel Aebi, Armand Louis en Patrick Reymond debuteerden in 2012 met hun fantastische Folding Chair en Hammock. Afgelopen jaar verrasten zij met Spiral Lamp, Belt Chair en Swing Boat. Niet zo vreemd dat Louis Vuitton, die sinds zes jaar voor hun Objets Nomades-collectie bijzondere ontwerpers rekruteert, op het spoor van de Zwitsers kwam. In deze designcollecties werkte het modemerk al samen met onder anderen Marcel Wanders, Patricia Urquiola, de gebroeders Campana en Maarten Baas.

Het resultaat is een caleidoscoop van ingenieuze producten, alle gelieerd aan het thema reizen, waarbij Louis Vuitton’s kennis en expertise op het gebied van lederwaren uiteraard leidend is. Dit jaar verschijnt een nieuwe collectie onder de titel ‘Petits Nomades’, een poëtische en elegante verzameling van decoratieve producten voor in en rondom het huis. In het geval van atelier oï resulteerde dit een kleurrijke selectie van handgemaakte leren bloemen, een sculpturale leren vaas en kussens met geweven leren bloemdessins.

Jullie hebben ooit in een interview verteld dat het jullie niet zozeer om het ‘luxeproduct’ gaat, maar juist om de knowhow die Louis Vuitton in meer dan 160 jaar heeft opgebouwd. Hoe kwam deze unieke samenwerking tot stand?
We waren uitgenodigd in het oude familiehuis van Louis Vuitton in Asnières-sur-Seine, het vroegere atelier waar tegenwoordig het archief gehuisvest is. Daar werden we ons bewust van de historie en het savoir-faire van Louis Vuitton en het vakmanschap dat dit bedrijf sinds 1854 heeft opgebouwd. Dat maakte diepe indruk op ons, want als ontwerpers zijn wij bijzonder geïnteresseerd in ambachtelijk vakmanschap. Dat bezoek nam onmiddellijk onze vooroordelen weg en overtuigde ons van de waarde van deze samenwerking. Voor ons is het verhaal erachter altijd van belang. Daarom kan een eerste indruk soms geheel verkeerd zijn. Maar juist het verhaal achter Louis Vuitton gaf ons het zetje om deze uitdaging aan te gaan.' 

'Wij zijn bijzonder geïnteresseerd in materialen en de tactiliteit daarvan, maar ook wat hun toepassing kan zijn. Die interesse hebben we met Louis Vuitton gemeen. In ons atelier zijn in de loop van de decennia meer dan twintig duizend verschillende materialen gesorteerd en gearchiveerd. Deze expertise vonden we ook terug in de werkplaats van Louis Vuitton, met eenzelfde liefde voor vakmanschap.’

Leer is bij uitstek het materiaal dat bij Louis Vuitton een prominente rol speelt in de productontwikkeling. Wat voor invloed heeft dat op jullie werkwijze en ontwerpproces?
‘Meestal wordt leer gebruikt om dingen mee te bedekken of te bekleden. Leer biedt echter veel meer mogelijkheden. Je kunt het ook gebruiken als een zelfstandig dragend materiaal. En dat is voor ons een prachtige aanleiding om mee te gaan werken. Dankzij de expertise van Louis Vuitton zijn wij in staat om bijvoorbeeld het ontwerp van de Spiral Lamp ook daadwerkelijk te produceren.' 

'Het interessante van dit ontwerp is dat door de ‘draaiing’ van het leer een zelfdragend skelet ontstaat, zowel aan de binnen- als de buitenkant van een fantastische kwaliteit wat betreft materiaal, stiksels en afwerking. Het is van een niveau dat wij zelf nooit kunnen evenaren. Onze wens is om “vanuit” en niet “met” een materiaal te werken: wij gebruiken louter de unieke eigenschappen van dat materiaal om tot een ontwerp te komen.’

Een van jullie bekendere uitspraken is dat jullie je vooral interesseren in ‘vakmanschap’. In het ontwerpproces is het ‘metier’ voor jullie een belangrijk ijkpunt.
‘Waar het ons om gaat is niet alleen het van generatie op generatie doorgegeven vakmanschap, maar ook het leren door te dóen. Bij ons collectief is iedereen vrij om een project te beginnen, maar essentieel is het elkaar leren en open te staan voor suggesties. We maken daarnaast al onze prototypes geheel zelf voordat we ermee naar de fabriek stappen. Atelier oï heeft geen uitgesproken stijl, omdat elk nieuw ontwerp het begin van een nieuw verhaal is. En daarmee gaan wij iedere keer weer geheel onbevooroordeeld aan de slag.’

Klopt het dat jullie met name geïnteresseerd zijn in het opzoeken van de extremen binnen een materiaal, om dat als uitgangspunt voor jullie ontwerpproces te laten dienen?
‘Jazeker. De kennis en mogelijkheden van het materiaal zijn voor ons de basis en het vertrekpunt voor een nieuw ontwerp. En dat kan dus elke keer tot een ander eindresultaat leiden. Dat beschouwen we als onze kracht.’

Jullie verklaarden ooit in een interview dat ontwerpen an sich een levenslang leerproces is, dat nooit eindigt. Maar hoe zien jullie dat proces nu? Inmiddels behoren jullie tot de top van de designwereld.
Er volgt een hard gelach en een droog diplomatiek antwoord met Zwitsers gevoel voor understatement: ‘Niet wij, maar de objecten die we maken zijn de sterren.’

Ik stelde deze vraag omdat er de laatste jaren een volledige hype is ontstaan rondom zogenaamde ‘sterdesigners’. Dankzij Louis Vuitton behoren jullie daar toch ook toe, lijkt me. Maar jullie houding wijst daar niet op.
Geamuseerd: ‘Ik denk dat je ons meer als een rockband moet zien, zonder de obligate sterallures. Ieder speelt dankzij een bepaalde expertise daarin zijn instrument, maar uiteindelijk moet er aan het einde van de rit wel een song geschreven zijn. En dat kost niet alleen jaren oefenen maar het vergt ook de wijsheid om op het juiste moment te stoppen en dan het volgende couplet aan een ander over te laten. Het draait om het vinden van de juiste toon en balans. Beschouw ons meer als een collectief dan als individuele gitaarhelden. Liever verschuilen we ons achter onze ontwerpen.’

/

Keith Richards zei ooit: ‘Nobody just leaves The Stones just like that…’ Ik denk dat dat voor jullie ook wel een beetje opgaat. Jullie jagen elkaar op.
‘Ja, dat zou je zeker kunnen zeggen, na al die jaren. Trouwens “oï” komt van “troika”, een zogenaamd driespan, waarin elk paard zijn eigen ritme heeft. Op het moment dat de een moe is neemt de ander het over. Die verwijzing naar een rockband klopt als een bus. Het draait om de songs en niet om de individuele leden. En daarin blijven we onszelf uitdagen.’

Zien jullie jezelf als typische ‘Zwitserse designers’, in de traditie van strak grafisch ontwerp?
Grinnikend: ‘De Helvetica is wellicht het beroemdste Zwitserse ontwerp, naast natuurlijk de uurwerken. Maar er is zeker een echt Zwitsers element aan ons verbonden en dat is toch wel de procesmatige werkwijze, het stap voor stap ontwikkelen. Maar het eindproduct hoeft zeker niet Zwitsers te zijn.’

Inderdaad: jullie producten doen niet erg Zwitsers aan, maar juist bijzonder warm en speels.
‘Dat is zeker waar, want wij zijn geen militante minimalisten. Eerder laten we de uitkomst van het product over aan het ontwerpproces. En dat is overigens wel typisch Zwitsers. Maar onze signatuur is veel meer internationaal, en dat willen we ook graag. We weten vooraf bijna nooit wat de uitkomst van een nieuw product zal zijn.’

Hoe zien jullie de toekomst van ontwerp in deze roerige tijden? Kan design bijdragen aan een betere maatschappij?
‘Het is volgens ons wat hoog gegrepen om dat zo maar te kunnen beweren. Maar waaraan design zeker kan bijdragen is dat het een bepaalde emotie oproept en daarmee uiteindelijk een geluksmoment bij de gebruiker kan creëren.' 

'Neem de rozen van leer die we voor Louis Vuitton hebben gecreëerd. Deze wekken zeker bij de mensen die hier binnenkomen een bepaald euforisch gevoel op, hebben we gemerkt. En dat is naar onze mening al heel wat.’

Kan design op bepaalde momenten inderdaad bijdragen aan geluk? Een fan-alert lijkt dit te illustreren: direct na het interview worden de mannen benaderd door een uitzinnige Italiaanse dame van middelbare leeftijd, die niet rust voordat ze een selfie met de ontwerpers heeft gemaakt. Maar het werkelijke antwoord op deze vraag is: ga het werk van de mannen van oï vooral zien en ervaren.

/

Lees ook

Aanbevolen voor jou