Hommes

Interview met L'OFFICIEL HOMMES NL-covermodel: Willem Dafoe

Hij is wereldberoemd, doch niet de stereotype Hollywoodster. Toch lijkt er altijd een mysterieuze zweem om Willem Dafoe te hangen. Op de diversiteit in rollen die hij speelt en de genres van de films waarin hij te zien is kan ook niet echt een pijl getrokken worden. Voor zijn laatste rol kroop hij in de huid van een eveneens bijzonder personage: Vincent van Gogh. Hoe belangrijk Nederland en vooral Amsterdam voor Dafoe is, blijkt eens te meer als wij hem spreken.
Reading time 16 minutes
Trui, OAMC.

Los van zijn karakteristieke voorkomen is William James Dafoe (22 juli 1955, Appleton, Wisconsin) in Hollywood een vreemde eend in de bijt. Hij is eerder een kameleon. In een carrière die bijna vier decennia beslaat speelde hij honderden rollen, uiteenlopend van blockbusters tot arthousefilms. De rol van held, bad guy en historische figuren als Jezus Christus en Pier Paolo Pasolini tot een soldaat in de Vietnamoorlog en freaky gangster: hij deed het allemaal al eens. Gek genoeg bijna tot nooit hoofdrollen, maar ook in een bijrol steelt Dafoe vaak de show. In kleinere producties maar ook in grote en belangrijke films als Mississippi Burning, Platoon, Wild at Heart, The English Patient, American Psycho, The Aviator en The Grand Budapest Hotel, bijvoorbeeld. Vier keer werd hij genomineerd voor een Oscar waaronder voor laatste rol als Vincent van Gogh.

Vanwege zijn voornaam wordt vaak gedacht dat Dafoe een connectie heeft met Nederland. Dit is echter onwaar. Zijn vader was William Dafoe senior. En als kleine jongen was junior daarom altijd op zoek naar een andere bijnaam. Zijn vrienden gingen hem ‘Willem’ noemen, als een gekke verbastering van zijn naam. Willem en zijn vriendjes wisten uiteraard geen van allen dat dit een Nederlandse naam is. Hij ging zijn nieuwe naam fonetisch spellen en zo veranderde William naar Willem.

Maar de connectie met Nederland is er uiteindelijk wel degelijk. Een van de eerste trips, zo niet de eerste, die de jonge Willem maakte buiten de VS, was naar Amsterdam. Hij trad op met een Nederlands theatergezelschap en verloor zijn hart aan theater en acteren. Zonder chauvinistisch over te komen kunnen we gerust stellen dat er zonder Nederland, en vooral Amsterdam, geen wereldacteur Willem Dafoe had bestaan. Of was het nu William Dafoe? Want daarover heerste nogal wat twijfel toen hij in Nederland optrad. De boekjes en kranten repten alle over ene William Dafoe, denkend dat Willem een typefout was, want ja: een Amerikaan die Willem heet, daar had nog niemand van gehoord. Maar dat zou in de loop der jaren snel veranderen …

Trui met rits, coltrui, Prada.

Hoe was opgroeien in Wisconsin voor u?
‘Ik had een fijne en zorgeloze jeugd. Maar ik had wel al snel door dat waar ik naar op zoek was in het leven zich buiten Wisconsin voltrok. Wat ik ook wilde bereiken in mijn leven: het was niet hier. Appleton in Wisconsin was een fijne plek, maar ik wilde op avontuur, de wijde wereld in.’

De familie Dafoe was een druk huishouden, niet?
‘Klopt. Ik heb vijf zussen en twee broers. Mijn vader was een chirurg, mijn moeder verpleegster. Zodoende waren zij veel aan het werk en vaak van huis. Mijn zussen hebben zich daardoor veel met mijn opvoeding bezighouden. Maar ik mocht ook geregeld mee met mijn vader naar het ziekenhuis en dat was altijd spannend. Eén broer is wel in de medische wereld terechtgekomen; hij trad in de voetsporen van mijn vader. En omdat ik niet aan de medische familieverplichting hoefde te voldoen maakte dat voor mij de weg vrij om wat anders te ondernemen.’ U stond in uw jeugd ook al geregeld op de planken in toneelstukken. Was dat een vroege roeping? ‘Nee, dat was echt voor de lol, niet omdat ik dacht dat ik daarin een carrière kon hebben. Ik vond het gewoon leuk om te doen maar uiteindelijk werd acteren toch mijn beroep.’

U stond in uw jeugd ook al geregeld op de planken in toneelstukken. Was dat een vroege roeping?
‘Nee, dat was echt voor de lol, niet omdat ik dacht dat ik daarin een carrière kon hebben. Ik vond het gewoon leuk om te doen maar uiteindelijk werd acteren toch mijn beroep.’

Wanneer had u door: acteren is wat ik wil?
‘Je belt mij vanuit Amsterdam, toch? Dat is dan wel weer grappig. Nederland en Amsterdam zijn erg belangrijk voor mij geweest. Ergens zo rond 1974/1975, trad ik voor het eerst buiten de VS op. Amsterdam was een van de eerste plekken die ik bezocht. Ik speelde er bij een theatergezelschap, Stichting Mickery Workshop heette het, and it was on the Rozenkrakt! Op deze plek werd ik als acteur volwassen. Ik had veel Nederlandse vrienden en heb sindsdien met Nederlandse regisseurs gewerkt. Het zou trouwens zomaar kunnen dat mijn achternaam ook Nederlandse roots heeft en door verbastering, in de loop der tijd, Dafoe is geworden. Who knows? Maar goed, ik ben 1.75 meter en de gemiddelde Nederlander meet volgens mij twee meter, dus ik denk niet dat ik Nederlandse wortels heb, haha! Het is niet zo dat ik, als ik jullie land bezoek, denk: ja, dit is mijn thuis, maar ik heb zeker een warme en goede klik met Amsterdam. Dat mensen bij jullie denken dat Willem een typefout is doet mij altijd grinniken.’

Jasje, shirt, broek, Dolce & Gabbana.

U staat nu al bijna vier decennia lang als acteur aan de top. Zijn er nog wel uitdagingen voor u?
‘Ja. Altijd. Elk project is anders en elk project kent verschillende vereisten en benaderingen. Ik word nog immer uitgedaagd en ben altijd nieuwsgierig. Dat is de eigenlijke uitdaging vind ik: om flexibel en open te zijn. En dat gaat mij best wel goed af. Ik vind acteren na al die jaren nog steeds iets mysterieus, iets interessants. Want er is geen standaard benadering. Na al die jaren heb ik wel bepaalde instincten opgedaan maar elk project vereist weer een eigen frisse aanpak en houdt je scherp.’

Heeft u een verschillende benadering voor het spelen van een non-fictief- en een fictief personage?
‘In die mate dat je meer research kunt doen bij een non-fictief personage. Je moet je ook goed moet kunnen inleven. Je kunt over hem of haar lezen en diepgravend onderzoek doen. Zoals bij Vincent van Gogh of Pier Paolo Pasolini, die ik beiden speelde. Van hen zijn er brieven, boeken en films: er is tal van informatie voorhanden om die persoon te leren kennen. Maar je kunt die persoon nooit helemaal zijn. Dus je doet je research om dat daarna eigenlijk, gek genoeg, toch los te laten. Als je te star blijft vasthouden aan feiten ben je niet vrij meer in je spel.’

‘Kritieken probeer ik te mijden. van negatieve recensies word je boos en verlies je zelfvertrouwen. en van goede word je lui’

Heeft u bepaalde rituelen om u voor te bereiden op een rol?
‘Niet echt. Maar waarin ik wel heel consistent ben: ik ben een heel taakgerichte acteur. Dus als ik een rol speel breng ik het terug tot het “doen van dingen”. Ik denk niet aan emoties, ik denk zelden aan het effect in de scène. Ik probeer wél de modus te vinden hoe ik een scène het best kan spelen. Ik denk meer aan het verwezenlijken van een karakter dan deze te interpreteren.’

Jasje, shirt, Dior Homme. Horloge ‘Ballon Bleu de Cartier’, Cartier.

Wat maakt dat u een rol accepteert? Een regisseur, een script? Of een genre waarin u nooit actief was?
‘De regisseur is heel belangrijk. Maar ook de rest van de cast en waar er gefilmd wordt en hoe. Qua karakter weet je nooit hoe je iemand gaat spelen totdat de camera pas echt rolt. Ik vertrouw nooit op een script en nooit op een personage. Ik vertrouw op mensen.’

U heeft met fantastische regisseurs gewerkt zoals David Lynch, William Friedkin en Spike Lee. Het valt ook op dat dit met sommige regisseurs vaker dan eenmaal het geval was, zoals met Oliver Stone, Wes Anderson, Martin Scorsese en Lars von Trier. Toeval?
‘Nee, eigenlijk niet. Als iets goed is, keer je er naar terug. Zo simpel is het. Een relatie met een regisseur heeft te maken met vertrouwen, duidelijkheid en begrip voor elkaar en als je dat met elkaar hebt en een band opbouwt, dan willen ze jou voor hun films en wil jij op jouw beurt in hun films spelen. Misschien komt het door mijn theaterachtergrond, maar ik houd van het idee van een repertory theatre, een acteursensemble dat meerdere producties speelt en op tournee gaat.’

Bent u gevoelig voor kritieken, slechte én goede?
‘Kritieken probeer ik te mijden. Aan goede kritieken heb je niets en aan slechte al evenmin. Als het negatieve recensies zijn word je er alleen maar boos van en verlies je zelfvertrouwen. Natuurlijk lees ik soms wel wat kritieken, omdat ik er mensen over hoor praten en het beter is om het vervolgens zelf te lezen dan op basis van geklets in te vullen wat erin staat. Maar over het algemeen laat ik ze links liggen want je leert er niks van. Door intuïtie leer je, vind ik. De enige die jou kan beoordelen ben jijzelf.’

 

Jas, shirt, broek, Paul Smith.

Slechte kritieken zijn vaak ook wel erg gekleurd.
‘Absoluut. De meeste critici weten helemaal niks van het maken van film. Ze hebben eigen meningen en kunnen heel oprecht zijn. Maar vaak denken ze dat ze heel veel van films weten omdat ze er veel hebben gezien. En dat is niet hetzelfde, ze hebben vaak geen idee. Ik neem zodoende geen advies van hen aan. Luisteren doe ik naar de mensen met wie ik werk. De beste regisseurs zeggen het minste. Ik heb de mazzel gehad dat ik weinig heb gewerkt met vervelende of beledigende regisseurs die bezig zijn met mindfucking. De meeste regisseurs weten ook dat dit bij mij geen zin heeft. Ik hoef niet gepusht te worden, ik ben mijn eigen strengste criticus.’

U was een van de oprichters van The Wooster Group. Hoe belangrijk is theater voor u?
‘Very important! Theater heeft mij gevormd tot de acteur die ik vandaag de dag ben, meer nog dan film. Optreden en het gehele proces van theater maken vond ik altijd erg spannend. Ik doe het overigens nog steeds. Ik houd van de rituelen, de atleticiteit; je hebt je eigen ritme in de hand. Ik houd van de non-stop energie. Dat heb je niet bij film. Op de planken ga je en ga je maar door. Je speelt de stukken vaker, soms avonden achter elkaar. Je kunt de diepte opzoeken. Een film beweegt altijd vooruit, is eeuwigdurend, alles ligt letterlijk vast op film. En de schoonheid van theater is dat dit niet eeuwigdurend is maar tijdelijk. Het verhaal loopt af à la minute dat je het speelt. Daarom denk ik ook dat theater heel belangrijk is voor acteurs. Je leert het moment en de kwaliteit waarderen.’

Zijn er na vier decennia nog dingen die u kunt verbeteren als acteur?
‘Sure. Je kunt altijd verbeteren. Je kunt acteren niet perfectioneren, want het is altijd in beweging en verandert continu. Maar zolang je het vuur nog hebt en betrokken bent, raak je naarmate je ouder wordt steeds meer in balans en ik kijk er nog steeds naar uit om dat te verfijnen.’

VINCENT = JULIAN = WILLEM

Hoe belangrijk was de betrokkenheid van Julian Schnabel voor u bij de film At Eternity’s Gate?
This film IS Julian. Voor Julian is het een zeer persoonlijke film. Julian is een kunstenaar, een schilder die een film maakte over een schilder. Van Gogh zei ooit: “Ik ben mijn schilderijen.” En deze film is Julian en ik ben zijn creatie. Ik belichaam wat Julian voor ogen heeft. Deze film draagt volledig zijn DNA. Mijn band met Julian is te gek. Ik ken hem al dertig jaar. En ondanks dat hij impulsief kan zijn en een zeer sterke esthetische visie heeft, staat hij toch heel erg open voor het schaven aan scènes en decors.'

Klopt het dat Schnabel u heeft leren schilderen?
‘Correct. Per slot van rekening speel ik een schilder. En je ziet mij ook veel schilderen in de film, dus het moest natuurlijk wel overkomen alsof ik wist wat ik deed. Ik ben dus in sommige scènes in real time aan het schilderen, want het moest wel ergens op lijken.’

Hoe moeilijk is het om iemand te portretteren die er niet meer is?
‘Ik moest eigenlijk gewoon vergeten dat ik Van Gogh speelde. En tegelijk was ik continu in gesprek met hem. Van Gogh is al meerdere keren geportretteerd. En dit is onze variant. Ons verhaal dat met veel liefde is gemaakt. In mijn ogen is het een ode aan de schoonheid van zijn werk en de positiviteit ervan, in plaats van focussen op het beeld van de getroebleerde, onbegrepen artiest.’

 

Jasje, shirt, Dior Homme. Horloge ‘Ballon Bleu de Cartier’, Cartier.

Was het moeilijk om niet dat clichéverhaal of -beeld van Van Gogh te vertellen?
‘Julian heeft ervoor gekozen om het laatste gedeelte van Vincents leven te belichten, een periode waarin hij ondanks zijn strubbelingen zeer productief was en met zeer warme woorden over zijn kunst sprak. Soms klonk hij zelfs optimistisch en hoopvol. Dat hij nog geen publiek trok was tragisch, maar hij zat er blijkbaar niet zó van in de put dat het hem ervan weerhield om te schilderen. En daar hebben wij op gefocust.’

Heeft u veel research gedaan naar Vincent? En hoe?
‘Toen Julian bezig was met het schrijven van het script was hij er zelf nog niet zeker van of hij de film moest maken. Het was een soort experiment om te kijken of het wat kon worden. Julian vroeg vervolgens of ik mij ook wilde inlezen in Van Gogh en bepaalde informatie, brieven en gebeurtenissen uit zijn leven die ik interessant vond te selecteren. Zo was ik ook deels bij het script betrokken. Toen dat af was heb ik nog meer research gedaan voor mijzelf. Toch was voor mij het feit dat ik zelf schilder in de film de sleutel tot het personage van Vincent. Het gevoel dat ik erbij had, het feit dat ik op dezelfde plekken was als hij en schilderde waar hij ooit ook stond, waar hij woonde: dat was het meest belangrijke voor de rol.’

Is het beeld wat mensen doorgaans van Van Gogh hebben verkeerd?
‘Sociaal was hij niet zo op zijn gemak. Hij had problemen om onder te mensen te komen en om met hen om te gaan. Dit is goed gedocumenteerd, dus daar zal een kern van waarheid in zitten. Maar hij had ook juist de drang om onder de mensen te zijn en hen te helpen. Er was zelfs een periode dat hij missionaris was. Veel mensen weten dat niet. Hij probeerde een religieus man te zijn, maar dat kon hij niet bolwerken. Zijn roeping was schilderen. Maar wat mij erg raakte was dat hij dus wel dienstbaar wilde zijn aan de medemens. Hij wilde mensen helpen en nuttig zijn. Ja, hij was getroebleerd en mensen keken hem misschien raar aan. Maar dat kwam niet door kwade wil. Van Gogh wilde de mensen iets geven, maar zij snapten hem niet. Hij had het er vaak over dat mensen “sliepen”. Hij wilde hen wakker maken omdat hij een realiteit zag die beter was dan de gegeven werkelijkheid .’

Zijn leven lijkt u redelijk te raken …
‘Zeker. De realiteit die hij zag schilderde hij. Hij zag de schoonheid van het leven door zijn verfkwast op zijn schilderijen terug. Alleen de mensen om hem heen zagen dat niet. Als je anno nu naar zijn werk kijkt kun je nog steeds zien wat hij zag en waarom hij dat schilderde. Het is schitterend. Ik vind dat heel inspirerend.’

Hoe belangrijk was het om ook daadwerkelijk in Van Goghs woonplaats Arles te filmen?
‘Heel belangrijk. We zaten midden in het landschap dat hij schilderde. Je kon bijna een-op-een zijn gezichtspunt terugvinden, omringd door dezelfde luchten of bergen. We maakten er grappen over dat deze film nooit in Hollywood opgenomen had kunnen worden. Het landschap speelt namelijk een heel grote rol in de film. De lucht, de Franse gezichten, het licht: die kun je niet elders namaken of kopiëren.’

Jas, broek, Dries Van Noten.

 

Dank voor dit gesprek! Mocht u ooit naar Amsterdam komen dan weten we voortaan dat het Willem is, en niet William! En uiteraard bent u dan welkom voor een kop koffie, glas bier of een Amsterdams jenevertje.
‘Ha, dat is prima . Yes, a genever, haha, yeah, that is a deal!’

 

‘At Eternity’s Gate’ draait nu in de bioscoop.

Credits:

Fotografie: Nagi Sakai
Creative Direction: Nicolette Goldsmann
Styling: Mark Holmes
Tekst: Paul Jeursen
Grooming: Amy Komorowski
Productie: Spencer Salley
Assistenten fotografie: Carl Chisolm, Matthew Perino
Digital technician: Esteban Aladro

Tags

Lees ook

Aanbevolen voor jou