Hommes

Een zee van Alfa Romeo's...

Bij hoge uitzondering worden we toegelaten tot een club die geen leden accepteert. Welkom in de grote trots van de familie Salvetti. Voor even wordt het domein exclusief voor ons geopend. Binnenin bevindt zich een zee van Alfa Romeo’s in alle soorten en maten. Deze unieke privécollectie is compleet tot en met de Alfa 75, het helaas laatste in eigen beheer ontwikkelde model. Een snoepwinkel voor de ware Alfist.
Reading time 7 minutes
Giulia TZ (Tubular Zagato), 4-cilinder, 1600 cc (1965).

Ze doen niet aan reclame, werven geen nieuwe leden en hoeven geen auto’s te verkopen. En ze halen hun neus op voor schoonheidswedstrijden voor automobielen. Want een goed geconserveerde auto is authentieker en smaakvoller dan een perfect gerestaureerde, is hun stellige overtuiging. We hopen vurig dat u, gevoelige lezer(es), het zich niet aantrekt, maar deze mannenclub heeft een zekere aversie tegen de andere helft van onze universumbewoners. Volgens zijn oom, erkent onze gastheer Stefano Salvetti schoorvoetend, nemen vrouwen alleen maar plaats in. Voor de goede orde: dit Alfamannetje refereerde hierbij specifiek aan de ruimten van het hoofdkantoor van het Alfa Blue Team.

 Dit domein bevindt zich in een industriegebied dat geheel gewijd is aan Alfa Romeo, ten oosten van Milaan. Bij de ingang vallen we stil, verblind door het charisma van een blauwe auto, gepositioneerd op een brug in de werkplaats. Het licht dat gefilterd door de industriële ramen valt onthult de respectabele ouderdom ervan. De verf is mat. De stoelen zijn versleten. Maar de wagen straalt een bovennatuurlijke charme uit. ‘Dit is de eerste auto die mijn vader op achttienjarige leeftijd kocht’, klinkt het van even verderop. De stem die deze deus ex machina karakteriseert is van Stefano Salvetti (1986, Milaan), zoon van Gippo en secretaris van de club die de imposante verzameling beheert. ‘Dit is een Giulia SS 1600 cc uit 1967’, verklaart hij. ‘Mijn vader kocht de auto in 1970.

Hoewel deze in die tijd al een oudje was, werd ie nog niet als vintage beschouwd. Het was gewoon een van die auto’s die door dagelijks gebruik na drie of vier jaar aan vervanging toe waren en vervolgens hun waarde verloren. Maar nu is deze Giulia veel waard.’ Twee jaar na de aanschaf, in 1972, zag het Alfa Blue Team het licht. ‘Het bridgeteam van mijn opa, dat in de jaren vijftig drie wereldkampioenschappen won, heette Blue Team’, vertelt Stefano. ‘En toen mijn vader in 1972 met andere partners de club oprichtte, werd daaraan Alfa toegevoegd. Blauw was de favoriete kleur van het Alfa Blue Team, en zo moesten en zouden in de beginjaren alle Alfa’s blauw worden gespoten.’ Zo kroop de Giulia, een typisch Milanese naam, bij Alfa Romeo oorspronkelijk groengetint uit het ei. Stefano: ‘Toen mijn grootvader de auto’s kocht kon hij nog niet het historisch belang ervan voorzien, vandaar dat hij argeloos de kleur veranderde.’

Op de foto boven: Giulia TZ (Tubular Zagato), 4-cilinder, 1600 cc (1965).

KLINKKLARE NONSENS

Op deze legendarische locatie bevinden zich meer dan 120 auto’s, aangevuld met scheepsen vliegtuigmotoren, vrachtwagens, generatoren en zelfs keukens. De Salvetti-collectie is historisch gezien ingesteld op de naoorlogse periode van Alfa Romeo en in het bijzonder de jaren van de industrialisatie. Er zijn echter ook zeldzame stukken en op maat gemaakte auto’s te zien, zoals de mastodont 6C 2500, een uniek exemplaar, gemaakt voor de beurs van Genève in 1950 en ontworpen door de sportwagendesigner Sergio Pininfarina. 

We vergapen ons aan andere klassieke exemplaren, zoals de Giulietta SZ uit 1960, ternauwernood uit de klauwen van een kraanwagen gered. En aan de gepantserde Alpha 6, die louter werd gebruikt om Karim Aga Khan naar de luchthaven van Olbia Costa Smeralda te vervoeren om vervolgens te worden achtergelaten in een haven van Sardinië. Ook schitteren hier modellen als de 2600 Red Spider, die onder meer geschiedenis schreef in Jean-Luc Godards speelfilm Contempt (1963) met Brigitte Bardot en Jack Palance, en de Alfa Romeo Giulia TZ Tubular Zagato, een oudje die met gemak 240 km per uur haalt. 

Op de foto rechts: Montreal, 8-cilinder, 2600 cc (1972).

1565792217257639 alfa ville 91565792217267208 alfa ville 7
Gran Sport Zagato, 4-cilinder, 1600 cc (1966), Montreal, 8-cilinder, 2600 cc (1972).

Om maar te zwijgen over specifieke vervoersmiddelen zoals de eerste stationwagen, de door de Fàbrica Nacional de Motores (FNM) in Brazilië geproduceerde auto’s, het unieke exemplaar van Giovanni Boneschi, geïnspireerd door Amerikaanse ontwerplijnen, of een heuse ambulance, zomaar gevonden in een weiland in het Zuid-Italiaanse Rossano Calabro. De laatste van de drie loodsen dient echter als veilige schuilplaats voor de modernste types. Naast de 33 Sportwagon 4x4 uit 1994 staan er vele Alfetta’s, de Alfa Sud en verrek, daar heb je ’r: de weerzinwekkende Arna SL (1985), verguisd door ‘Alfisten’. ‘De eighties waren de jaren waarin de Alfa onder de dictatuur van diverse politici leed’, vertelt Stefano. ‘In Avellino, het thuisgebied van De Mita (de latere premier Ciriaco De Mita, red.), wilden ze een vestiging bouwen om stemmen terug te winnen. Zo ontstond een joint venture met Nissan, waaruit de Arna SL is voortgekomen. Maar attenzione: het is een damesauto. Ze is zeer functioneel en intelligent, voorzien van Alfa Romeo-mechanica en Japanse constructietechniek van het hoogste niveau. De Arna SL liet wat dat betreft de concurrentie ver achter zich. Natuurlijk valt wel wat af te dingen over het ontwerp, maar in het midden van de jaren tachtig hadden veel auto’s een betrekkelijk anoniem voorkomen.’

 

En dan staan we oog in oog met waarvoor we niet in de laatste plaats zijn gekomen, de laatste van de collectie, of beter gezegd het laatste model dat door het automerk in eigen beheer werd ontwikkeld: de Alfa Romeo 75. Deze sedan kwam in 1985 op de markt. Een geëmotioneerde Stefano: ‘Een jaar later nam FIAT het over. Ze hebben het product monsterlijk vervormd: Alfa zou de meest sportieve groep moeten zijn, Lancia de meest stijlvolle en Fiat de populairste. In plaats daarvan is een onappetijtelijke minestrone ontstaan die de merknamen intact laat maar allemaal dezelfde auto’s fabriceert. Klinkklare nonsens!’

UIT DE SCHADUW

Genoeg getreurd. De dertig Alfisten van het Alfa Blue Team hebben voldoende andere zaken om hun tanden in te zetten. Er zijn diners te geven op donderdagavond, auto’s toon- en rijklaar te maken voor bijeenkomsten, bezoeken van buitenlandse clubs te plannen en nieuwe modellen aan te schaffen. De focus van de Salvetti’s verschuift naar zwaardere voertuigen, omdat deze in de geschiedenis van Alfa Romeo een prominente plek innemen en nota bene in alle collecties ter wereld ontbreken, inclusief het Alfa Romeo-museum. 

‘Alfa had duizenden werknemers, maar niet voor de op maat gemaakte auto’s, noch voor de standaardwagens die in talloze stukjes werden geproduceerd, zoals je hier ziet’, vertelt Stefano. ‘De omzet kwam van industriële en vliegtuigmotoren en daarnaast van voertuigen zoals de F12 of de A12, vrachtwagens en bussen. Deze modellen hier hebben altijd in hun schaduw gestaan, maar we vinden dat het nu hoog tijd is om ze het podium te geven dat ze verdienen. Dit is de toekomst.’ De goede speurder zal tussen het snoepgoed in deze ruimtes twee auto’s opmerken die met Alfa Romeo alleen de hoge mate van sportiviteit gemeen hebben. Die met de grijze motorkap is namelijk de Maserati Khamsin (1973-‘83), en het zijprofiel met de drie kieuwen behoort toe aan de Ghibli (uit 1967) van hetzelfde merk. Wat doen die in hemelsnaam hier? Een simpele verklaring: deze wagens zijn de tweede passie van de Salvetti-clan.

Op de foto boven: de eerste auto van het Alfa Blue Team, aangeschaft in 1970.

Fotografie: Omar Sartor

Tags

Lees ook

Aanbevolen voor jou