Hommes

Derek Ridgers: koning der subculturen

Als er één persoon is die subculturen de afgelopen decennia perfect wist vast te leggen, is het de Engelsman Derek Ridgers. L’Officiel Hommes sprak de fotograaf over zijn nieuwe boek: In the 80s: Portraits from Another Time.

Het is denk ik een understatement dat u dol bent op subculturen. Waar komt die fascinatie vandaan?

‘Eigenlijk kun je veronderstellen dat dit het pad van de minste weerstand was door mij op hen te focussen. Toen ik begon met fotograferen was ik midden twintig en legde ik de iets jongere mensen om mij heen vast. Gewoon voor de lol. Toen mensen mijn foto’s vervolgens zagen, merkte ik dat ze geïnteresseerd waren in degenen die daarop stonden. Iets trok en intrigeerde hen. Het type mensen of de tijdsgeest. Daarna, dat geef ik ruiterlijk toe, ben ik bewust op zoek gegaan naar interessante groepen jonge mensen.’

Met welke subcultuur kunt u zich het beste identificeren?

‘Ik heb hier en daar wel met wat subculturen meegedaan in mijn tienerjaren. Maar eigenlijk voelde ik me er bij geen eentje echt thuis. Ik ben veel beter in observeren dan actief meedoen. Als ik eerlijk moet zijn denk ik dat ik het liefst bij de mods of de originele skinheads had gehoord, maar tussen mijn oren was ik altijd veel meer een hippie!’

De eighties waren ruige en zware tijden. Het Charles Dickenscitaat over uw nieuwe boek verwoordt het treffend: ‘It was the best of times, it was the worst of times.’ Hoe moeilijk was het om dit vast te leggen?

‘Het was vrij makkelijk eigenlijk. Natuurlijk heb ik weleens wat klappen gevangen, maar nooit ernstig, ik had altijd een beschermengel op mijn schouder om me te redden denk ik. De late jaren zeventig waren in het Verenigd Koninkrijk een nogal sombere en depressieve tijd. Toen Margaret Thatcher in 1979 aan de macht kwam, begon een periode waarin winst belangrijker was dan de mens. In een ander, rooskleuriger tijdperk zou dit worden gezien als oneerlijk of corrupt. Nu zag men het als efficiëntie en goed voor de economie. Thatcher zwakte de bevoegdheden van de vakbonden af; de meeste stakingen werden neergeslagen. Maar in werkelijkheid werd het leven voor de working class hero er veel slechter op. De punkslogan ‘No Future’ (uit God Save the Queen van de Sex Pistols) werd voor veel jonge mensen uit de arbeidersklasse in de jaren tachtig harde realiteit. Het zou geweldig zijn om te denken dat het leven sindsdien veel beter is geworden, maar vanwege het Thatcher-regime van toen is dat vandaag de dag steeds niet zo.

Was u niet bang dat u dat decennium en de mensen op een slechte manier zou portretteren?

‘Nee absoluut niet, zo heb ik er ook nooit over gedacht. Ik fotografeerde gewoon wat ik zag en legde mensen vast wier uiterlijk en persoonlijke stijl een momentopname waren, een trend die misschien maar kort populair was. Als ik nu terugkijk op die foto’s zie je voornamelijk jonge mensen die het naar hun zin hebben. Ze hadden misschien niet de beste vooruitzichten, maar probeerden lol te maken waar het maar kon.’

Waarom was u zo geïnteresseerd in specifieke subculturen als skinheads of punkers?

‘Het ging mij niet zozeer om de subculturen of skinheads en punkers in het algemeen. Over de hele wereld zijn mensen gefascineerd door de Britse jeugdcultuur. Dus legde ik mij erop toe dat te fotograferen, en daar hield mijn ambitie eigenlijk op. Gelukkig evolueerde ook ik en werd ik daarnaast rock- en zelfs modefotograaf. Maar als ik niet met die Britse subculturen was begonnen, had ik waarschijnlijk nooit een serieuze carrière gehad.’

Zijn er gelijkenissen tussen jongeren, punkers en subculturen over de hele wereld?

‘Oh ja, er zijn zeker raakvlakken tussen jonge mensen. Ze willen zich allemaal mooi aankleden, uitgaan, plezier maken en elkaar vinden. Als je goed met hen communiceert en eerlijk bent vindt niemand het een probleem om gefotografeerd te worden. Je moet wel een beetje streetwise zijn: foto’s maken op het verkeerde moment op de verkeerde plek is nogal ongezond.’

Hoe belangrijk is muziek en zijn muzikanten voor u en uw werk?

‘Heel. Zonder muziek en muzikanten zou ik nooit begonnen zijn met fotograferen. En als ik de afgelopen 25 jaar niet als rockfotograaf had kunnen werken, had ik waarschijnlijk lang geleden al een echt degelijke job moeten zoeken.’

Wie zijn uw favoriete onderwerpen?

‘Mensen. Tienersubculturen, modellen, rockbands, schrijvers, acteurs. Iedereen.’

Door wie bent u als fotograaf beïnvloed?

‘Ik heb veel favoriete fotografen: Richard Avedon, Anton Corbijn, Vivian Maier, Helmut Newton, August Sander, Jan Saudek en Garry Winogrand. Maar ik denk dat ik enkel door Corbijn echt direct beïnvloed ben. Ook is het werk van enkele grafisch kunstenaars en reclamemensen uit de fifties en sixties van invloed geweest op mijn werk. Zij combineerden woord en beeld en maakten er een groter geheel van. Mijn grootste held is dan ook William ‘Bill’ Bernbach, een van de oprichters van reclamebureau DDB. Hij kon zelfs een nazi-auto in een Joods stadje verkopen.’

U heeft ook lookbooks van modemerken zoals Gucci gefotografeerd. Een flink contrast, niet?

‘Nou, niet echt. Ik leg de looks van great looking people vast, ook al zijn zij professionele modellen. Bij modefotografie gaat het dus om de kleding, terwijl ik altijd probeer om op de mensen zelf te focussen en het ware leven te laten zien. Daarom ben ik ook geen echte modefotograaf. Voor mij is mode een heerlijk excuus om foto’s te maken van schitterende mensen.’

Hoe moeilijk is het voor u als creatieve man om de ene keer punkers te fotograferen en dan weer een modeshoot te doen?

‘Het is heel verschillend. Het is reactief versus proactief. Mode geeft je de kans om iets heel creatiefs te maken en documentairefotografie niet: je schiet wat er is of wat je ziet. Anders zou het ook geen documentairefotografie zijn. Dat gezegd hebbende, er zijn ook een paar trucs die je kunt gebruiken om je documentairewerk iets gestileerder te maken. Kijk maar naar het werk van Martin Parr of Bruce Gilden bijvoorbeeld. Om punkers op straat te fotograferen moest ik ze gewoon zien te vinden. That’s it.’

Wie of wat inspireert u als fotograaf?

‘Ik vind inspiratie in zonlicht en schaduwen en ook in interessante plekjes die andere fotografen nog niet kennen. Inspiratie haal ik niet per se uit andere fotografen. Ik kijk graag naar andermans werk, maar als ik iets schitterends zie binnen mijn vak- of interessegebied vind ik het vaak jammer dat ik het niet zelf gemaakt heb. Dan probeer ik het vaak te vergeten. Maar goed: als ik het eenmaal heb gezien, krijg ik het nooit meer uit mijn hoofd! Dat is altijd zo.

Wie of wat zou u nog graag voor de lens hebben?

‘Wie? Zo ongeveer iedereen! Vooral mensen die ik al eerder fotografeerde. Ik zou ze dolgraag nog eens vastleggen omdat ik zeker weet dat ik ze er een tweede keer beter uit kan laten zien. En wat? Vooral meer landschappen en stadsgezichten. Vorig jaar nam ik een foto in een voorstadje van Las Vegas en ik zag een soort patroon: alleen maar straten, kleine huisjes, auto’s en zwembaden. Het leek iets te zeggen over de mensen die er woonden, ondanks dat er niemand op de foto te zien was. Dat zou ik vaker willen doen. Ook heb ik nog een serie licht-erotische portretten liggen die nog nooit iemand heeft gezien. Daar ben ik nu mee bezig. Verder: ik ben nu 66 maar nog nooit zo enthousiast geweest over fotografie geweest als nu. Dus dat belooft wat.’

Derek Ridgers: ‘In the 80s. Portraits from Another Time’.

Uitgeverij Carpet Bombing Culture, €33,99.

www.derekridgers.com / www.carpetbombingculture.co.uk

Tekst Paul Jeursen / Fotografie Derek Ridgers

AcidDaze_87 copy.jpg
KingsRoad1984-00101.jpg
MA-1FlyingJackets-1987_Scan-150215-0007 copy 2 11.42.45.jpg
Reading1989_spotted.jpg
Soho1987_005.jpg

Lees ook

Aanbevolen voor jou