Fashion

De syntopia van Iris van Herpen

De toekomst van couture heeft een naam: Iris van Herpen. Deze Nederlandse ontwerper combineert mode met technologie, biologie en andere wetenschappen. Beyoncé, Björk en Karl Lagerfeld zijn fan van haar kunstzinnige creaties.
Reading time 13 minutes

msterdam. In het atelier van Iris van Herpen (Wamel, 1984) heerst nijverheid. Her en der staan jonge mensen te borduren en te tekenen aan grote houten werkbanken, zoals die vroeger stonden in handenarbeidlokalen. De wanden van de ruimte zijn nauwelijks zichtbaar door de talloze rollen stof die ertegenaan leunen en de creativiteit is haast tastbaar. Vanaf het IJ waait een aangenaam briesje naar binnen, maar in de ontwerpstudio is het loeiheet.

Sinds zeven jaar maakt Van Herpen deel uit van de officiele Parijse couturekalender. En vanaf het begin oogst ze alom bewondering met collecties die zich bevinden op het snijpunt van mode, kunst en technologie. Inmiddels weten de grootste namen op het gebied van kunst, cultuur en mode – we noemen een Björk en Beyoncé, of Karl Lagerfeld en Nick Knight – haar te vinden: als modevisionair heeft ze een solide reputatie opgebouwd. Kortom, Iris van Herpen is een ‘zwaargewicht’, een titel die in schril contrast staat met haar ranke, frêle verschijning en haast verlegen voorkomen. Gekleed in een luchtig zomerjurkje licht ze op bedeesde toon Syntopia toe, de collectie die ze drie weken eerder toonde in Parijs aan de voet van de Notre-Dame. Haar antwoorden zijn uitgebreid en helder geformuleerd, zonder enige hapering. In gesprek met een modern modegenie.

In de modewereld is er niemand die iets vergelijkbaars doet als jij. Vertel eens, wat is jouw visie op mode?
‘Ik zie mode niet als een aparte, op zichzelf staande discipline, maar als een kunstvorm. Het is veel meer dan alleen maar kleding: het is een expressiemiddel van identiteit, tijdsgeest en persoonlijke emoties. Mijn collecties zijn in wezen onderdeel van mijn persoonlijke onderzoek naar beweging en transformatie, maar ook naar de relatie van deze twee concepten tot het lichaam – wellicht een voortvloeisel van mijn dansachtergrond. Met iedere collectie boor ik een nieuwe laag aan in dit onderzoek, maar om die verdieping bij te kunnen houden moet ik wel continu mijn kennis uitbreiden. Die kennis zoek ik in verschillende disciplines. Weet je, mode teert op een eeuwenoude geschiedenis van techniekontwikkeling, handwerk en machinewerk en ik voeg hier de nieuwste kennis op het gebied van biologie, wetenschap, architectuur en design aan toe. Door samen te werken met experts in deze disciplines zoek ik het grensgebied tussen mode en kunst op.’

Leg uit.
‘Kijk, wat ik maak is een kledingstuk, niet meer dan dat. En toch gaat het veel verder dan alleen over het “dragen” ervan. Als je mijn werk ziet, weet je meteen dat het niet over seizoenen of trends gaat. Mijn creaties zijn tijdloos. Reflecties van waar de wereld zich op dit moment bevindt. Ik wil graag laten zien welke nieuwe technieken er zijn en wat er allemaal mogelijk is. Echt, er is zóveel mogelijk, er is zoveel kennis. Soms voel ik frustratie omdat ik het idee heb dat mode een beetje blijft hangen in tradities.’

SYNTOPIA

Velen noemen Iris van Herpen een pionier, iemand die de wijst in welke richting mode in de toekomst zal gaan. Hoe kijkt zij daar zelf tegenaan? ‘Het is tweeërlei: enerzijds probeer ik mensen die al geïnteresseerd zijn in mode en kleding in te laten zien dat mode behalve praktisch ook een kunstvorm is’, legt ze uit.

‘Niet voor niets dat steeds meer toonaangevende musea het werk van modeontwerpers exposeren. Maar wat ik minstens zo leuk vind is dat ik biologen en andere wetenschappers met wie ik samenwerk – en die doorgaans minder affiniteit met mode hebben, want aan mode kleeft het stigma dat deze oppervlakkig en inhoudsloos is – toch hiervoor kan interesseren. Voorheen zagen zij mode puur als een praktisch middel; ik inspireer hen om het ook als een expressiemiddel te zien. Het is nu zelfs zo dat onderzoekscentra zoals de MIT en de SER bij mij aankloppen en zeggen: “Hé, we hebben deze geweldige wetenschappers bij ons werken. Kunnen jullie iets met hun kennis?”’

Je zegt dat jouw collecties reflecties zijn van de tijdgeest en jouw gemoedstoestand. Welke gedachte schuilt er achter je laatste collectie, Syntopia?
‘Syntopia gaat over de samenkomst van biologie en technologie en hoe we bíjna in staat zijn om nieuwe vormen van leven te creëren. We zijn er nog net niet, maar het zal niet lang meer duren. Ik bedoel, inmiddels kunnen we al leven modificeren, onze eigen lichamen veranderen en kleine dieren creëren. Een hele fascinerende wetenschapsdiscipline, vind ik, en Syntopia is een uiting van mijn fantasie van wat er gebeurt als biologie en technologie samenkomen. Daarnaast heb ik veel naar het fenomeen chronofotografie gekeken, een vorm van fotografie waarbij wordt ingezoomd in de tijd, waardoor de beweging op een andere, gefacetteerde manier zichtbaar wordt.’

Tijdens de show in Parijs heb je samengewerkt met Studio Drift.
‘Ja, zij zijn op hun eigen manier ook met ditzelfde thema bezig. En net als bij mij draait hun werk om het concept beweging. Tijdens de show liepen de modellen onder een installatie van Studio Drift door met veertig glazen buizen die mechanisch op elkaar zijn afgesteld. Vanuit een bepaalde hoek is het net alsof die buizen bewegen zoals de vleugel van een vogel.’

Als ik de collectie bekijk zie ik twee dingen: enerzijds het technische aspect en vernuft en anderzijds romantische zwierigheid. ‘Ja, dat is een goede samenvatting van mijn werk! Technologie en innovatie zijn daarvan een belangrijk onderdeel, maar de natuur is mijn inspiratiebron. Dat kan ook niet anders, want ik werk voor het lichaam. Veel mensen zien natuur en technologie als twee uiterst verschillende dingen, maar ik zie technologie juist als een versimpelde versie van biologische processen. Technologie is geavanceerd, maar bij lange na niet zo geavanceerd als het menselijk lichaam, laat staan als de planeet. Hoe meer de technologie zich zal ontwikkelen, hoe beter deze de gecompliceerde natuurlijke processen zal kunnen benaderen. In mijn werk probeer ik door middel van technologie te refereren aan natuurlijke structuren.’

Ze wijst naar een creatie uit haar nieuwste collectie. ‘Kijk deze: veel mensen zien hier een vogel in. Je moet weten, vogels en veren vormen een klassieke traditie binnen mode; sinds mensenheugenis zijn veren decoratieve elementen op kleding en ook nu nog zie je ieder seizoen op de runway kleding met veren. Met deze creatie verwijs ik naar die traditie, alleen heb ik in dit geval de veer zélf gecreëerd. Of beter gezegd, niet de letterlijke veer zelf, maar de esthetiek ervan. Ik hoef dus niet een vogel te plukken om een veer op een jas te stikken, ik máák die veer. Inmiddels zijn we zo ver dat dit kan: het is mogelijk om stukjes natuur na te bootsen.’

‘Ik hoef geen vogel te plukken om een veer op een jas te stikken, ik máák die veer’

Wist je tijdens je modeopleiding al dat je deze kant op wilde gaan?
‘Nee, mijn focus lag juist op de oude technieken, op de basis. Ik deed alleen maar handwerk en gebruikte de naaimachine niet eens. Het draaide echt om traditioneel vakmanschap. Heel belangrijk, want in die oude technieken schuilt veel kennis die van onschatbare waarde is voor de ontwikkeling van nieuwe technieken. Eigenlijk kwam het werken met 3D-printing toevallig op mijn pad. Ik werd benaderd door een aantal architecten met het verzoek om een jurk te ontwerpen die was geïnspireerd op hun concept van het nieuwe Stedelijk Museum. Ik bedacht toen een ontwerp waarvan ik geen idee had hoe ik die met de hand zou moeten maken. In de architectuur werd al veel met 3D-printing gewerkt, onder meer voor prototypes, dus zocht ik het in die hoek. In eerste instantie voelde het heel onnatuurlijk om mijn creatieve proces te openen voor een nieuwe werkwijze. Maar algauw zag ik in dat er ineens veel meer mogelijk was: nieuwe texturen, structuren, methodes en processen.’

TOEKOMST 'MEETS' TRADITIE

Sinds 2011 showt de Nederlandse designer tijdens de coutureweek in Parijs. En ze groeide prompt uit tot een van de trekpleisters. Alle grote namen in de modejournalistiek willen haar shows bijwonen. Wat Iris zelf ook verbaasde was dat de Fédération de la Haute Couture et de la Mode haar zeven jaar geleden überhaupt toeliet om te showen. ‘De Fédération is een klassiek instituut dat bepaalt wie er wel en niet op de officiële modekalender komt’, zegt ze. ‘Bovendien is Parijs bij uitstek een plek waar craftsmanship en traditie belangrijk zijn. Ik ging er dan ook vanuit dat ze niet open zouden staan voor nieuwe vormen van couture. Maar het tegendeel bleek waar: er heerste ook bij hen het besef dat couture zich ontwikkelt. Sterker nog, ze willen die ontwikkeling juist stimuleren. Tegelijkertijd moet je niet vergeten dat in mijn werk óók veel vakmanschap, handwerk en traditie zit, misschien nog wel meer dan in een gemiddelde andere couturecollectie. Want hoewel het couture heet wordt er ook veel met de naaimachine gedaan, grappig toch? Ik bedoel, inmiddels is de naaimachine al zo lang in de omgang dat deze tegenwoordig als traditioneel wordt beschouwd, maar in wezen blijft het natuurlijk een machine.’

Eigenlijk vertegenwoordig jij de couture van de toekomst!
‘Ja, ik laat zien dat couture een toekomst heeft, maar dat doe ik door naar oude technieken te kijken. Ik geloof namelijk dat innovatie draait op traditioneel craftsmanship. Zo kwam die naaimachine er ook. Alleen leven we nu niet meer in het machinetijdperk maar in het technologietijdperk. Ik maak dus couture die met de tijd meegaat. Maar in principe is dat niets nieuws, want couture is als een organisme dat áltijd verandert en zich doorontwikkelt.’

Je bent heel selectief als het gaat om wie jouw creaties wel en niet mag dragen. (Elders in dit nummer is zangeres Sevdaliza te zien in Iris van Herpen). Word je vaak benaderd door celebs?
‘Absoluut, we krijgen heel veel aanvragen van celebrity’s.’

 

Waar let je dan op?
‘Heel simpel: ze moet een vrouw zijn die me inspireert en me aanspreekt. Dat kan op verschillende vlakken: door bijzondere muziek te maken, een sterke persoonlijkheid te hebben of door simpelweg zichzelf te durven zijn. Ik houd ervan als iemand in staat is een eigen wereld te creëren.’

Stel je voor dat Kim Kardashian je benadert? Zij heeft een gigantisch bereik en kan enorm veel exposure genereren.
‘We doen al projecten met groot bereik; Beyoncé draagt mijn werk immers ook. Het verschil is alleen dat zij een bijzonder verhaal te vertellen heeft en met eigen expressie bezig is, terwijl een aantal anderen alleen maar uit is op pr en identity. Mijn werk sluit aan bij mensen die de wereld op een creatieve manier willen verrijken en die niet alleen maar gefocust zijn op hun eigen communicatie. Los daarvan hoef ik niet per se een miljoenenpubliek te bereiken. Kijk, als dat wel gebeurt is dat mooi meegenomen. Maar belangrijker is dat het verháál en de context kloppen. Ik heb immers niets aan een publiek dat mijn werk niet begrijpt.’

MODELEGENDES INSPIREREN

Aan de muur hangt een bord met daarop diverse foto’s van creaties van Van Herpen die door verschillende beroemde fotografen, zoals Nick Knight, Karl Lagerfeld en Tim Walker, zijn vastgelegd. Desgevraagd legt Iris uit dat ze bezig is met een nieuw overzichtsboek van haar werk en dat het bord aan de muur helpt bij het selectieproces.

Hoe is dat, als zulke grote namen geïnspireerd raken door jouw werk?
‘Ja, fantastisch! Maar leuker nog vind ik het om te zien hoe ieder op een eigen manier mijn creaties interpreteert. Zo nam Lagerfeld mijn creaties mee naar een bos …’

Dat kon je tijdens je opleiding toch niet bevroeden, dat je ooit zou samenwerken met een modelegende zoals Karl Lagerfeld?
‘Ja, grappig, hè? Ik was erbij toen hij mijn werk fotografeerde en liet hem de skeletten zien die we met de 3D-printer hadden gemaakt. Hij wist niet wat hij zag en wilde er alles van weten! Ik geloof wel dat het hem heeft geïnspireerd, want niet veel later maakte hij ook 3D-geprinte creaties voor Chanel. Het is geweldig om de mensen te leren kennen waar ik vroeger, als student, tegen opkeek. Neem Nick Knight: hij gold echt als mijn grote voorbeeld. Nu werken we samen en inspireert hij niet alleen mij, maar raakt hij op zijn beurt ook door mij geïnspireerd! Of Björk: ik was al tien jaar fan toen we gingen samenwerken. We hebben regelmatig passessies gehad in IJsland, Londen en New York en dan leer je iemand echt kennen. Heel cool, want ze kwam ook draaien op ons tienjaarfeest in Parijs. Langzamerhand creëer ik mijn eigen “familie” in de modewereld.’

Jouw couture is vooruitstrevend, heel anders dan de couture van bijvoorbeeld Chanel of Dior. Denk jij wel eens: dat ken ik nu wel?
‘Oh, maar ik kan klassieke schoonheid ook goed waarderen, hoor! Ik heb heel veel bewondering voor het vakmanschap dat in die coutureshows zit en ik geniet van het klassieke vrouwbeeld dat Dior presenteert. Ik geloof dat nieuwe vormen van schoonheid toch altijd weer gebaseerd zijn op de klassieke vormen daarvan. Verder vind ik het heel interessant wat Issey Miyake en Yamamoto doen en bewonder ik het prachtige handwerk van Alexander McQueen – daar heb ik vroeger stage gelopen.’

Ben je een controlefreak?
‘Op sommige vlakken heel erg en op sommige vlakken helemaal niet.’

Ik vraag het omdat jouw werk zo ontzettend precies in elkaar zit. Als er één elementje niet klopt, dan klopt niets meer.
‘Ja, dat is zo. Daarin ben ik erg precies. Maar soms ga ik expres tegen mijn eigen natuur in en werk ik in een proces dat die controle ondermijnt, zoals met de Magnetic Moon Dress. Die heb ik in samenwerking met een kunstenaar gemaakt; hij is opgebouwd uit ijzeren deeltjes die we door magnetische processen hebben laten groeien. Daarover heb je dus geen controle, want Moeder Natuur bepaalt de vorm. Zo leer je wel om los te laten. Bijna als een soort meditatie.’

Credits:

Fotografie: Morgan O'Donovan

Tags

Lees ook

Aanbevolen voor jou